[Contact.Links.info.] [Beleef Opsterland.] [Downloaden.] [Zoek op Site.] [Gratis.]

Lanterfanten.

Wandelen.

Hoofdstraat.

Lanterfanten=.

Overnachten.

Culinaire avonturen.

Beleefplaats.

Expositie.Galerie.

Evenementen.

Cultuur.Historie.

Arrangementen.

Waarom Wandelen.

Slowness.

Langzaam.

Lanterfant Tips.

Tijd voor nu.

Stilte is.

Onthaasten.

Lazy Day.

E-Book.

Nietsdoen

Hara Hachi bu.

Saai.Interessant.

 
 
 
 
Waarom Lanterfanten.
1-Lanterfanten tot kunst.(Tom Hodgkinson )
2-Lanterfanten als levensbelang.(NRC )
3-Het nut van Niksen.(Lucienne van Ek)
4-De kunst van het Lanterfanten.Veerle Vanden Bosch.
5-Lang leve de lanterfant.Matt Dings.
6-Lanterfanten.Atty van de Brake.
7-Wie niets doet, leeft beter.Gezond.nu.
8-Lanterfanten voor proffesionals.
9-The art of lanterfanting.
scrol naar beneden.
 
 
 
 
__________________________!
 
 
 
 
 
 
 
 
__________________________!
 
 
 
 
1-Tom Hodgkinson (The Idler) verheft lanterfanten tot kunst.
 
 
humo-archief Dinsdag 16 april 2013 -
De über-Brit Tom Hodgkinson is stichter en uitgever van The Idler en voorzitter van The Idler Academy, bastions die werk bestempelen als 'een sociale dwangneurose van het ergste soort', en het stijlvol en highbrow lanterfanten willen propageren. Is niksen een kunst? Is traag echt beter? Moeten we terug naar... Ja, naar wat?
 
'Wie geboren wordt als Engelsman, heeft het hoofdlot in de loterij des levens gewonnen.' Ik ben vergeten wie dat zei, maar het was alvast geen Duitser. Nu grenst anglofilie vaak aan chauvinisme en nationalisme, en Britten rulen al lang niet meer de waves, maar op één vlak blinken ze nog steeds uit: excentriciteit. De Britse excentriek is een merk, een huis van vertrouwen, een rolmodel, een vleesgeworden mythe. Britse excentrieken heb je in soorten: er zijn chaps, toffs, gents en idlers.
'Idlers zijn tegen prestatieseks, zoveel staat vast'
'Idler' wordt in ons woordenboek genadeloos want pejoratief vertaald als 'leegloper', maar dat is een kortzichtige, fantasieloze definitie. Een echte idler is allesbehalve een luie nietsnut die zich lanterfantend en rondlummelend richting graf beweegt. De idler onttrekt zich zwierig aan de zwaartekracht van alledag en is een zielsverwant van de bon vivant, de flaneur, de dandy, de estheet en de filosoof. En in het Oudgrieks betekent 'school' vrije tijd - de vrije tijd die je verkiest te investeren in spelenderwijs bijleren over onze wonderlijke wereld, zo weet ook Tom Hodgkinson.
HUMO Onlangs gaf je een voordracht op het Feest van de Filosofie in Leuven. Zijn filosofen de ideale idlers?
Tom Hodgkinson "Wat is aangenamer en productiever: een contemplatief leven of een actief en utilitaristisch leven? Da's een oeroude discussie. Is denken, voelen en genieten meer waard dan handelen, werken en doen? Is vakantie nemen om uit te puffen van je werk en om je batterijen op te laden voor het werk echt de juiste aanpak? Filosofen hebben met idlers in elk geval gemeen dat het vaak lijkt alsof ze niksen. Filosofen hebben een grote behoefte aan thinking time, en ze krijgen die nog betaald ook! Een schijnbaar pragmatische dictator denkt vaak: 'De filosofie schaffen we af, die lui zijn niet productief.' In onze westerse, kapitalistische maatschappij ligt te veel nadruk op arbeid die meteen zichtbare vruchten afwerpt."
HUMO Gelooft de idler in laisser aller? Je citeerde de tao: 'Doe niets, grijp zo weinig mogelijk in, de dingen zullen vanzelf gebeuren.' Als iedereen die levensraad had gevolgd, dan waren de Eurostar waarin je naar België reisde, de microfoon waardoor je net sprak en wellicht zelfs de stoel waarop je nu zit nooit uitgevonden.
Hodgkinson (grinnikt) "Mijn vrienden maken er een sport van om mij op inconsequente handelingen te wijzen. Ooit rukte een vriend me een iPad uit handen met de melding: 'Jij vond het toch niet belangrijk dat die werd uitgevonden? En je twittert! Daar was je toch tégen?!' Een vriend van me, Oliver James, schrijft boeken waarin hij de consumptiemaatschappij hekelt, en hem roepen ze op straat vaak na: 'Hé, heb je nu alweer nieuwe schoenen?!' Of: 'Jij, in een auto?!' Maar Dr. Samuel Johnson zei al in de achttiende eeuw: 'Het is niet omdat ik zelf de morele kracht mis om mijn idealen in de praktijk te brengen, dat er iets mis is met die idealen.'...
 
 
 
2-Lanterfanten  is van levensbelang.(nrc)
 
Hebben dieren, net als mensen, vrije tijd? Paarden dollen na een werkdag en katten dutten tussen jachtpartijen, net als roofvogels. Zo houden ze het langer vol.
Ooit gaf ik een feestje in een ruimte op de eerste verdieping van de Amsterdamse Vondelmanege. Aan het oog onttrokken door gordijnen bevinden zich daar enkele balkons die uitzicht bieden op de manegebak. Op zeker moment, om een uur of half elf 's avonds, liep ik naar een van deze balkons en keek naar beneden. In de zwakgeel verlichte manege draafden ruiterloze paarden rond. Enkele van hen rolden in het zand, sprongen even later uitgelaten op tegen een speelkameraad om er vervolgens weer vandoor te gaan. Je kreeg de indruk dat ze het erg naar hun zin hadden, alsof ze een soort paardenspeelkwartier vierden. Maar kunnen dieren vrij hebben?
Bijna alle organismen op aarde beschikken over een interne klok die een circadiaan ritme dicteert, ook mensen. Perioden van nuttige activiteiten en slapen wisselen elkaar regelmatig af , maar er blijft een restperiode over. Die wordt wel 'vrije tijd' genoemd. Je zou denken dat dit begrip strikt aan mensen gebonden is, voortkomend uit de relatief nieuwe wereld van geregelde werktijden en cao-onderhandelingen. Zijn de vastgestelde werkuren voorbij, dan heet een werknemer vrij te hebben. Vrije tijd die wordt gereserveerd om loonslaven of zelfs onbetaalde slaven, de kans te geven lichamelijk te herstellen. Het is de vraag of er bij dieren zoiets als vrije tijd bestaat.
Tot op zekere hoogte zijn manegepaarden loonslaven met hun vaste werk-, eet-, en slaaptijden. Na een lange werkdag van verplicht rondjes lopen en achtjes draaien, mogen ze een korte periode doen waar ze zelf zin in hebben: stoeien, rollen en rennen. Na enige tijd worden ze naar hun box gebracht om daar de nacht door te brengen. De paarden krijgen dus van hun mensenbazen even vrij. Je zou het 'vrije tijd' kunnen noemen, maar hier gaat het natuurlijk om gedomesticeerde dieren en niet om wilde paarden. Over het bestaan van vrije tijd bij wilde dieren zegt dit voorbeeld weinig.
Pas nog vertelde een vriend me zuchtend dat hij de afgelopen jaren 'als een beest' gewerkt had. Welk beest werd daar eigenlijk mee bedoeld? Vast geen Zuid-Amerikaanse luiaard, want die nemen er hun gemak van. Als ze al bewegen, doen ze dat uiterst traag. De boombladeren die hun dieet vormen leveren bar weinig energie. Vandaar dat luiaarden het grootste deel van het etmaal roerloos aan een boomtak hangen. Ook slaat de uitdrukking vast niet op katachtigen, want die liggen een groot deel van de dag te soezen of te slapen. Een cheeta op de Oost-Afrikaanse savanne is per etmaal maar een korte periode actief. Hij gaat dan met extreem hoge snelheid achter een gazelle aan, en ligt als de jacht succesvol is geweest het grootste deel van de dag te luieren in de schaduw. Niet zelden kiest hij daarvoor een heuveltje in het vlakke terrein, van waaruit hij de savanne goed kan overzien.
 
Veel dieren die voldoende te eten hebben en zich veilig voelen, ontspannen door te spelen. Het blazen van ringvormige luchtbellen wat dolfijnen wel doen, maakt de indruk van een aangename vrijetijdsbesteding, net als het snowboarden van Russische kraaien of het schommelen van Amerikaanse kraaien aan een liaan. Je krijgt niet de indruk dat die kraaien zichzelf op dat moment bovenmatig afmatten. In biologische zin nuttig bezig zijn en plezier maken, zijn vaak goed te combineren. Mensen die gaan wielrennen of skiën vermaken zich ook, maar oefenen tegelijkertijd allerlei nuttige vaardigheden en blijven in een moeite door in goede conditie.
Opvallend is wel dat uiteenlopende diersoorten de 'vrije tijd' zo verschillend besteden. Hoe anders dan pijlsnelle gierzwaluwen die ogenschijnlijk voor hun plezier acrobatische toeren uithalen zijn bijvoorbeeld houtduiven. Houtduiven doen vaak niets, maar doen dat wel op hoog niveau. Ze blijven soms urenlang in elkaar gedoken roerloos op een boomtak zitten. Bevederde leegte, totaal Zen.
In zijn essay The Fallacy of Misplaced Concreteness beschreef Rudy Kousbroek het menselijk brein als een orgaan dat voortdurend bezig moet worden gehouden, als een compulsieve werker bij een firma. Kon je het maar stopzetten, zodat niet ongevraagd allerlei vaak nare jeugdherinneringen terugkwamen. Helaas is dat onmogelijk. Kousbroek merkte op dat het brein hierin verschilt van bijna alle andere principes in de natuur: 'Die willen juist zo weinig mogelijk bezig zijn, en al hun activiteit is te zien als een streven naar het terugvinden van de rusttoestand.'
Het is evident dat veel dieren periodiek hard werken, maar wat wordt er veel tijd verprutst. Hoe kan dat? Kunnen dieren zich dat ongestraft permitteren? Zouden exemplaren met de genetische aanleg om zich harder in te spannen dan de lummelaars zich niet makkelijk kunnen uitbreiden in de populatie ten koste van hun luie soortgenoten? Je zou verwachten dat evolutionair biologen van de observatie van al die ogenschijnlijk improductieve tijd in verwarring zouden raken. Is het wel waar dat dieren er alles aan doen om hun genen zo efficiënt mogelijk te verbreiden?
Een van de eersten die zich dit afvroegen was Edward Wilson, emeritus op Harvard, in zijn monumentale werk Sociobiology uit 1975. Later werd er door de Groningse chronobioloog Serge Daan en zijn promovendi meer dan tien jaar gewerkt aan de experimentele toetsing van dat raadsel.
Als een vriend vertelt dat hij de afgelopen jaren 'als een beest' gewerkt heeft, welk beest bedoelt hij dan?
In de Lauwersmeer werden bijna alle torenvalken geringd. Ze broeden er in het voorjaar en de zomer in tientallen nestkasten die door de biologen zijn opgehangen. Biddend jagen is tijdens het broedseizoen de voornaamste jachttechniek, maar het kost veel energie om in de lucht te blijven hangen. De valken doen het alleen als er wat wind staat (maar ook weer niet te veel) waar ze recht tegenin vliegen. Daarbij zorgen ze dat ze hun kop zoveel mogelijk op één plek in de lucht houden, zodat ze voortdurend scherp zicht hebben op het terrein onder zich.
Gemiddeld besteden de torenvalken maar vier uur per dag aan biddend jagen. Je zou denken dat de mannetjes, die de meeste prooien vangen in de tijd dat de vrouwtjes voornamelijk op de eieren zitten, best wat harder zouden kunnen werken. Waarom werken ze niet als het brein van Kousbroek? Als een vlijtig torenvalkmannetje dat zou doen, bracht hij misschien wel twee keer zoveel jongen groot als zijn lanterfantende soortgenoot. Binnen de kortste keren zouden alle torenvalkmannetjes harde werkers zijn, want de neiging om langer te jagen zal eerder genetisch bepaald zijn dan het resultaat van een arbeidsethos dat er, zoals bij mensen, van jongs af aan wordt ingepompt. Als mijn vader over een dierbare opschepte tegenover anderen, zei hij vaak: 'Hij (of zij) werkt zich helemaal dood.' Voor hem was dat het hoogste ideaal.
De gemiddelde legselgrootte in de Lauwersmeer is vier eieren. De torenvalken accepteerden het als er eieren aan het legsel werden toegevoegd. Lagen er zes eieren in het nest, dan kwamen daar meestal ook zes kuikens uit en gingen de mannetjes inderdaad harder werken om te voorkomen dat die ondervoed raakten. Ze besteedden aanzienlijk meer tijd aan biddend jagen en hadden dus aanmerkelijk minder vrije tijd. Maar door geringde vogels niet slechts een seizoen, maar ook de jaren erna te volgen, kon worden aangetoond dat torenvalkouders niet ongestraft harder kunnen gaan werken dan ze normaal gesproken doen. Zodra ze meer tijd moeten besteden aan het biddend jagen, stijgt de kans aanzienlijk dat ze de winter erop zullen sterven. Zouden ze het rustiger aan hebben gedaan, dan hadden ze nog een, of zelfs meerdere, broedseizoenen jongen kunnen grootbrengen. Maximale inspanning leveren is dus niet zaligmakend, of anders gezegd; lummelen is op de lange termijn van levensbelang. Dankzij het prachtige werk van de groep van Daan kunnen darwinisten weer rustig slapen, terwijl elke luiaard zichzelf kan voorhouden dat zijn tijd nog komt. Die van de uitslovers is haast voorbij.
Er is die treffende foto van de Japanse koikarper Augustus in de tuinvijver die door de wijsvinger van Rudy Kousbroek over zijn kop wordt geaaid. Hoewel vissen niet direct bekend staan als aaibare dieren, kreeg Kousbroek toch de indruk dat Augustus het aangenaam vond over zijn kop gekrauwd te worden en er mogelijk zelfs door ontspande.
Pas nog stond er een artikel in Nature over een onderzoek aan muizen. Die blijken aaineuronen te bezitten. Vermoedelijk verklaren die waardoor muizen en andere harige dieren als katten en honden het zo aangenaam vinden te worden geaaid of aangeraakt. De aaibaarheidsfactor van Kousbroek blijkt dus een anatomische pendant te hebben. Je zou willen weten of Augustus ook van dergelijke aaibaarheidsneuronen bezat, of dat Kousbroek in het aaien zo bedreven was dat zelfs een vis daartegen geen weerstand had.
Als torenvalken meer tijd moeten besteden aan het biddend jagen, stijgt de kans dat ze eerder sterven
Dat vissen soms ontspannen, had ik me nooit gerealiseerd totdat ik hun gedrag langdurig begon te observeren. Van driedoornige stekelbaarsmannetjes die een nest bouwen en het broedsel verzorgen, is bekend dat ze in het voorjaar extreem hard werken. Toch meen ik ook te hebben gezien dat ze zich, net als de vrouwtjes, regelmatig ontspanden. Als beginnend student in de gedragsbiologie zag ik in een heldere sloot bij Ransdorp dat stekelbaarzen zich af en toe op een gekromde flank keerden en zo een tijdje in het water zweefden. 'Hè hè, even niks', zo zag het er uit. Een van de Leidse geleerden van de ethologieafdeling vermoedde dat ze een zwemblaasprobleem hadden, maar ik had de stellige indruk dat ze ontspanden door in bad te gaan, met een van beide borstvinnen slap hangend over de badrand. Lekker op hun rug of buik liggen, zoals mensen of platvissen, kunnen stekelbaarzen nu eenmaal niet.
Achteraf verbaast het me hoe onbevangen de eerste reactie op dat idee was van de toenmalige hoogleraar Piet Sevenster. Hij moest weliswaar toegeven in het laboratorium nooit stekelbaarzen in bad te hebben zien gaan, en wist zeker dat het in de omvangrijke stekelbaarsliteratuur nooit was beschreven, maar hij sloot op voorhand niet uit dat zoiets in de natuur voor zou komen. Hoeveel stekelbaarzen had ik precies in bad zien gaan? Toen ik vertelde dat dat er tientallen of misschien wel honderden waren geweest, zei hij glimlachend: "Het is mooi dat u het zo ziet. Misschien kunt er u eens een gedicht over schrijven, maar ik geloof dat wij beter bij een operationele vraagstelling kunnen blijven."
Een vis ontspant periodiek, een cheeta luiert eindeloos en een torenvalk is een groot deel van het etmaal ogenschijnlijk improductief. Langdurig kun je hem zien uitbuiken op een paaltje. Af en toe sluit hij zijn ogen, soest even weg, en begint dan ijverig zijn veren te poetsen. Dan zit hij weer stil en tuurt over een weiland, inzoomend met een goed gevoel voor de aanwezigheid van prooien. Soezen, veren poetsen, turen. Verlummelt hij zijn tijd strategisch zodat zijn levensverwachting niet daalt? Misschien is dat maar een deel van het verhaal. Er zijn urgente activiteiten, zoals het jagen, en er zijn minder urgente, zoals dit haast contemplatieve paalzitten. Turen over een open en vlak terrein maakt een weinig actieve indruk, alsof de valk uitrust, maar waarschijnlijk verzamelt hij informatie. Hij maakt, hoe onbewust ook, afwegingen; hier ga ik straks jagen, daar zeker niet. Net als het veren poetsen zou ook het turend zitten een nuttige tijdsbesteding kunnen zijn, waarmee het begrip vrije tijd in de natuur nog verder verdampt.
Judith Herzberg vertelde eens dat je veel tijd moet verprutsen om een gedicht te schrijven. Ik kan me voorstellen dat het zo werkt en pleit voor het paalzitten. Als ik me heb voorgenomen een beschouwing, of verhaal te schrijven, breekt er een sprokkelfase aan. Ik kijk gerichter om me heen, ga op zoek naar informatie, duik in de literatuur, en praat erover met onderzoekers of kunstenaars, afhankelijk van het onderwerp. Ik stel het schrijven uit, loerend op ongeziene verbanden, op essayistische vragen, op woorden die met het onderwerp te maken hebben en die soms ineens een nieuwe betekenis krijgen. Is de luipaard een lui paard of een leeuwpaard, leopardus? Iets vergelijkbaars in de muizenbranche doet de torenvalk. Hij stelt het jagen uit, maar is wel degelijk bezig zich daarop voor te bereiden. Net als de cheeta die de savanne vanaf een hoog punt, luierend in de gaten houdt. Zoals harder werken negatieve gevolgen heeft voor de levensverwachting van de torenvalk, is te lang jagen ongunstig voor de cheeta. Door zijn hoge snelheid kan hij oververhit raken en zelfs hersenschade oplopen. Hij luiert een groot deel van het etmaal en doet daar goed aan.
De vrije tijd van dieren is in zekere zin schijnvrije tijd. Ze kunnen maar beter niet harder werken dan ze doen. Bovendien is dat ogenschijnlijk nietsdoen bij nader inzien vaak nuttig. Vrije tijd in de onvrije natuur bestaat eigenlijk niet. Het zijn tegelijkertijd sterke aanwijzingen dat de luiaard, lummelaar en de lanterfanter bestaansrecht hebben en waarschijnlijk de meeste tijd heel goed bezig zijn.
Nrc   april 2013
 
 
3-Lucienne van Ek - Het nut van niksen.
 
Al zijn er nog zo veel geavanceerde machines die ons het werk uit handen nemen, mensen werken tegenwoordig 70% harder dan een eeuw geleden. Een onthutsende kosten-baten analyse van koortsachtige activiteit versus eindeloos niksen en de vergeten voordelen van rust en herstel…
'Luiheid bestaat niet! Luiheid is een lui woord voor iets anders', schrijft Remco Campert. Hiermee raakt de grote schrijver een uiterst gevoelige snaar in hardwerkend Nederland. Luiheid wordt door de meeste mensen beschouwd als iets slechts, een zonde zelfs. Wie lui is, onttrekt zich aan werk en dan moeten anderen harder werken. Psychiater Herman van Praag definieert luiheid als 'onvermogen, dan wel onwil tot planmatig leven en weerstand om doelgerichte activiteiten te ondernemen.' Maar is dat altijd slecht? Misschien denken wij in dit digitale tijdperk, waarin zelfs kinderen onder de tien het drukdrukdruk hebben, wel veel te lichtvaardig over het nut van niksen…
Zoöloge Joan Herbers onderzoekt al dertig jaar hoe wilde dieren hun tijd en energie precies verdelen. Daarbij is ze inmiddels tot de verbazingwekkende conclusie gekomen dat vrijwel alle diersoorten op aarde ruim tweederde (!) van hun leven doorbrengen met niksen. Oftewel: met zitten, liggen, dommelen, uitrekken, slapen of wachten tot er een hapklare snack voorbij komt. Volgens Herbers heeft de wetenschap zich in de vorige eeuw veel te eenzijdig bezig gehouden met wat dieren doen, en te weinig met wat ze niet doen. Jammer, want niksen heeft bij dieren vaak net zulke belangrijke redenen als actief gedrag…
Wie lui is, verbrandt immers minder calorieën dan wie de hele dag in gestrekte draf over de savanne jakkert. Zo heb je langer profijt van een maaltijd. Ben je toevallig een herkauwer met meerdere magen, dan zul je noodgedwongen vele uurtjes in ledigheid moeten doorbrengen ten behoeve van je spijsvertering. Sommige dieren luieren om warm te blijven, anderen doen het juist om oververhitting te voorkomen. En uiteraard geldt zowel voor roof- als prooidieren de camouflagevuistregel: hoe minder lawaai en beweging je maakt, hoe minder ongewenste aandacht je trekt.
Excuus
Omdat de natuur altijd een goed excuus heeft voor luiheid, kijken wetenschappers tegenwoordig anders naar de dierenwereld dan een paar decennia geleden. Biologen focussen minder op groots en meeslepend baltsgedrag en spectaculaire snelheidsrecords, en verleggen hun aandacht steeds vaker naar het niks doen van dieren. In de natuur gebeurt nu eenmaal alles met een reden. En wat blijkt? Of ze nu nectar verzamelen, een prooi achterna zitten, een partner zoeken of hun kinderen grootbrengen, dieren zoeken altijd naar de minst vermoeiende manier om taken te verrichten.
Een hommel die op een veldje bloeiende guldenroede stuit, spendeert rustig 100 seconden aan elke afzonderlijke, nectarrijke bloem. Wilgenroosjes produceren echter heel wat minder nectar en zijn daarom slechts een tankbeurt van 2 seconden per bloem waard. De hommel moet relatief meer vliegen om dezelfde hoeveelheid nectar te verzamelen, vandaar de tijdslimiet per bloem.
En wat te denken van broedparasieten zoals de koekoek of de Afrikaanse wida's, die hun eieren in de nesten van andere vogels leggen en daarna zelf hard wegvliegen? Kan het nòg luier? Tja… De koekoek wordt nog lang niet met uitsterven bedreigd, dus hij doet kennelijk toch iets goed. Overigens wordt tweederde van de eieren die broedparasieten bij een andere vogelsoort onder de veren schuiven, net zo hard weer uit het nest geknikkerd door oplettende gastouders. Maar een derde komt wel degelijk tot volle wasdom, zonder dat pa en ma koekoek er ook maar een minuut van hun tijd aan hoefden te spenderen.
Rotweer
Een andere vorm van functioneel niksen is de winterslaap die veel dieren houden. Verstandig! 's Winters is er immers niks te eten, het is rotweer, niemand heeft zin om te paren en buiten wemelt het evengoed nog steeds van de roofdieren, dus waarom zou je je warme hol verlaten?
Naast de overbekende winterslaap is er de veel minder bekende zomerslaap of aestivatie. Zo zie je in snikheet Spanje vaak trosjes zomerslapende slakken met z'n allen bij elkaar zitten op een paaltje of agaveblad: zo ontsnappen ze aan de hitte die uit de grond komt. Om onnodig vochtverlies van hun weke lijfjes te voorkomen, sluiten ze de ingang van hun slakkenhuis af met een speciaal membraam, het epifragma. In dit 'deurtje' zit een klein gat waardoor de slak kan blijven ademen.
Naast het maandenlange winter- en zomergesnurk zijn er bij dieren natuurlijk ook nog andere vormen te vinden van verregaande 'weerstand om doelgerichte activiteiten te ondernemen'. Zo slaapt de luiaard vijftien uur per dag en hij beweegt zó weinig, dat twee verschillende algensoorten zich permanent in zijn vacht hebben gevestigd. Dit passieve hangplantbestaan blijkt buitengewoon nuttig voor de luiaard: dankzij zijn superslome bewegingspatroon wordt hij zelden opgemerkt door roofdieren.
Nijlpaard
Andere luiwammessen zijn de koalabeer, die als gevolg van zijn weinig voedzame eucalyptusdieet zo'n 20 uur per etmaal slaapt, en het nijlpaard, dat alleen 's nachts een uurtje of vijf graast en de overige 19 uren van het etmaal in het water ligt te niksen. Daarbij slapen nijlpaarden ook gewoon onder water, met dichtgeklapte oren en neusgaten. Elke vijf minuten rijzen ze met hun dikke lijf slapend en wel naar de oppervlakte voor een teug zuurstof, om daarna weer in diepe rust onder de waterspiegel te zakken.
Zelfs dieren die altijd bekend stonden als (hyper)actief en werklustig, blijken een stuk luier dan we altijd dachten. Zo werd bijvoorbeeld lange tijd aangenomen dat het leven van spitsmuizen een niet-aflatende race tegen de klok was. Maar inmiddels weten we dat spitsmuizen 68% van hun tijd maar wat uit hun spitse neusjes zitten te eten.
Stel je ook vooral niet te veel voor bij het zogenaamd onvermoeibare klussen van bevers: ook zij komen hooguit vijf uur per etmaal buiten voor het verzamelen van voedsel en reparaties aan hun dam. In de overige 19 uur doen bevers het vooral heeeel rustig aan.
Of neem de beweeglijke kolibries, die met zestig vleugelslagen per seconde lijken stil te hangen voor de bloemen waaruit ze nectar zuigen. Deze miniatuurvogeltjes verbranden vliegend meer calorieën per gram lichaamsgewicht dan enig ander dier dat ooit door de wetenschap is bestudeerd. Maar biologen komen er nu pas achter dat kolibries zo'n 80% van hun tijd bewegingloos op een tak zitten en verder de hele nacht slapen.
Hoge pet
Van de ijver van mieren en bijen hebben we ook een hoge pet op, maar mieren werken maar 20% van hun tijd. Verder doen ze eigenlijk weinig. Rustig afwachten tot je misschien ergens nodig bent vinden mieren ook een heel nuttige bezigheid. Volgens entomoloog Gene Robinson hebben we onszelf volledig op het verkeerde been gezet door bij sociale insecten alleen maar naar het grote geheel te kijken. 'Pas nu we individuele bijen en mieren merktekens geven, weten we dat elke mier of bij ook heel veel vrije tijd heeft', aldus Robinson.
Zo hebben honingbijen altijd een leger in ruste paraat, dat bestaat uit lanterfantende soldaten die pas van hun luie abdomen komen als er echt iets ergs gebeurt. En ook de andere bijen en mieren sparen zo veel mogelijk hun krachten voor belangrijke taken die in de toekomst misschien moeten worden verricht, zoals het ontdekken van nieuwe voedselbronnen, overuren tijdens het oogsten of het opsplitsen van de kolonie. Je weet maar nooit waar het goed voor is, dus daarom is de beroepsbevolking in elk mieren- of bijennest altijd vele malen groter dan strikt noodzakelijk.
Recent onderzoek toont trouwens aan dat ook sociale insecten het zich niet kunnen permitteren om energie te verspillen aan onbelangrijke activiteiten. Elke mier en elke bij wordt geboren met een vaste hoeveelheid energie die ze aan hun kolonie kunnen besteden. Die hoeveelheid heeft niks te maken met het voedsel dat ze eten. Eigenlijk zijn mieren en bijen net batterijtjes: als ze een beetje zuinig aan doen, kunnen ze een jaar of nog langer mee. Maar bij non-stop rennen en draven zijn ze al na twee weken 'op'. Hoe harder ze werken, hoe sneller ze doodgaan.
Onder zeil
Apen blijken ook al niet de energieke oerwoudacrobaatjes waar we ze altijd voor hielden. De meeste gaan elke nacht twaalf uur lang onder zeil en houden zich driekwart van de dag vooral bezig met hang- en zitkunst voor gevorderden. Zo herinnert primatenkenner Frans de Waal zich hoe hij in Brazilië al voor dag en dauw was opgestaan voor het bestuderen van de zuidelijke spinaap. Klokslag 7 uur meldde hij zich met een collega in het apenbos, in de vaste overtuiging dat het dagelijkse voedselzoeken elk moment kon beginnen… Maar hij had net zo goed kunnen uitslapen, want dat deden de spinapen ook: pas om elf uur 's morgens werd de eerste aap wakker. 'Tegen die tijd viel ik zelf zowat in slaap', aldus De Waal.
Kortom, dieren weten wel wanneer ze hun rust moeten pakken. Dat is meer dan de meeste mensen van zichzelf kunnen zeggen. Zodra wij een middagdip voelen opkomen, gieten we meteen een kop sterke koffie naar binnen. Als het te warm is om te werken gaat de airconditioning aan en als het te koud is, gooien we gewoon de verwarming een graadje hoger. Vergeleken met dieren besteden Westerse mensen twee tot vier keer zo veel tijd aan werk, vooral als je alle huishoudelijke en familietaken en sociale verplichtingen er bij optelt. 'Door de huidige informatietechnologie is in de Verenigde Staten de productiviteit alleen al de afgelopen vijfentwintig jaar met 70% (!) toegenomen, terwijl het oorspronkelijk toch de bedoeling was dat we juist tijd zouden uitsparen', verzucht professor Warren Bennis. Toch zijn we allemaal harder en langer gaan werken en daar hebben we onze welverdiende rust voor ingeleverd, want de 24/7 wereldeconomie slaapt nooit.
Terwijl het nu juist zo heilzaam is om regelmatig te niksen en je eens lekker te vervelen! Vooral voor kinderen hebben verveling en niks doen belangrijke vormende eigenschappen. 'Als mensen leren om uit zichzelf te putten en zichzelf bezig te houden, dan is de behoefte om je te begraven in werk om emoties te ontvluchten minder groot. De leegte die daarmee gepaard gaat, wordt dan minder angstaanjagend en de drang om jezelf gerust te stellen door het opstapelen van activiteiten vermindert', stelt de Franse psychologe Etty Buzyn in haar boek 'Papa, maman, laissez mois temps du rêver!'. Kinderpsychiater Roger Teboul is het roerend met Buzyn eens: 'Het niet-actief zijn stimuleert het verlangen en het onafhankelijk denken. Het zet aan tot het nemen van initiatieven, het niet langer alles verwachten van anderen of volwassenen.'
Genie
Gertrude Stein (1874-1946) wond er ook geen doekjes om: 'Het kost ontzettend veel tijd om een genie zijn, want je moet heel vaak niksen, echt urenlang helemaal niets doen!' Volgens Stein zijn de slimste mensen vaak luie mensen. Mensen die altijd zoeken naar manieren om onder vervelende klussen uit te komen of het zichzelf gemakkelijker te maken en zo geweldige uitvindingen doen, wereldliteratuur schrijven of werkelijk vernieuwende kunst maken. Uit luiheid en niksen komen de mooiste dingen voort, want pas dan komt het aanhoudende gebabbel van innerlijke stemmen in ons hoofd eindelijk tot rust, en krijgt ware creativiteit een kans.
Voor menig overbelast mensenhoofd betekent stilstand dus allesbehalve achteruitgang. Integendeel. Stilstand is juist efficiënt, omdat je daarna veel sneller vooruit komt. Ons onderbewuste werkt stukken beter naarmate we meer tijd uittrekken om te niksen.
Dat voldoende rust tot meer creativiteit en productiviteit leidt, is al door vele wetenschappers bewezen. Het is zelfs zichtbaar in MRI-scans. De dorsolaterale prefrontale cortex is het meest actief tijdens bewust nadenken. Dit geavanceerde deel van onze hersenen gebruiken we om te analyseren en berekeningen te maken. Pas bij totale ontspanning valt de prefrontale cortex stil. Ons brein schiet dan in een meer 'primitieve' staat van zijn, waarin gedachten en sensaties kunnen opkomen zonder meteen te worden gecontroleerd, beoordeeld of gecensureerd. Mensen die weten hoe ze moeten mediteren kennen deze gezegende rust in de kop maar al te goed. Dit is ook precies het doel van meditatie: het ontstijgen van het innerlijk geklets in de prefrontale cortex en het bereiken van een weldadige geestelijke rust, die nieuwe energie en goede ideeën oplevert.
Slapeloosheid
Door aanhoudende spanning raken we uiteindelijk ook lichamelijk overbelast en ontregeld. Zo kwam de Amerikaanse arts Matthew Edlund er door twintig jaar onderzoek achter dat veel van zijn patiënten die klaagden over slapeloosheid in feite leden aan een chronisch gebrek aan rust. Edlunds laatste boek 'The Power of Rest: Why Sleep Alone is Not Enough' deed dan ook heel wat stof opwaaien in de Verenigde Staten.
'Mensen zijn geen machines', stelt Edlund. 'Wij bouwen onszelf steeds opnieuw op, we vernieuwen onze lichamen en hersenen met nieuwe cellen. Machines kunnen dat niet, wij wel. De cellen van onze hartspier vervangen zichzelf in zo'n hoog tempo, dat we in feite elke drie dagen een vernieuwd hart hebben. De huid van ons gezicht wordt elke twee weken ververst en onze darmcellen elke twee dagen. Een wandeling door de natuur levert 's nachts tijdens de slaap nieuwe hersencellen op in onze hypocanthus, een belangrijk geheugengebied.'
Helaas nemen de meeste mensen hun chronische vermoeidheid voor lief en zien ze het als een logisch bijverschijnsel van de hectiek van het moderne leven. Maar volgens Edlund is dat nergens voor nodig. 'Onze harten, hersens en centrale zenuwstelsel zijn gewoon zo overprikkeld dat we niet eens meer weten hoe het voelt om werkelijk uitgerust, verfrist en verkwikt te zijn. Mensen die wel genoeg rust nemen, presteren beter op het werk en zijn gelukkiger. Bovendien hebben ze een mooiere huid en blijven ze beter op gewicht dan mensen die zichzelf onvoldoende rust gunnen.' Oscar Wilde had dus gelijk toen hij schreef: 'Rond het veertigste levensjaar heeft iedereen het gezicht gekregen dat hij verdient.'
Celvernieuwing
Edlund onderscheidt in zijn boek vier verschillende soorten rust: fysieke rust, geestelijke rust, sociale rust en spirituele rust. Televisiekijken is volgens Edlund passief rusten. Dat levert ook wel enige celvernieuwing op, maar ons brein wordt toch voortdurend bezig gehouden door het programma-aanbod. Daarom kosten sommige ruststanden in onze hersenen toch meer energie dan het uitvoeren van simpele taakjes waarbij we ongestraft kunnen wegdromen, zoals bijvoorbeeld afwassen of aardappels schillen.
Voor voldoende mentale rust is het belangrijk dat we zo min mogelijk verschillende taken tegelijk uitvoeren, zoals sms'en tijdens het autorijden of tv kijken tijdens het eten. Daarmee zitten we onze hersens dwars, die liever op één ding tegelijk focussen. Sociale rust betekent tijd doorbrengen met vrienden of een praatje maken met collega's. Volgens veel wetenschappers zijn prettige contacten minstens zo belangrijk voor je overleving als stoppen met roken of afvallen als je veel te dik bent. Seks valt volgens dokter Edlund ook onder sociale rust.
Met spirituele rust doelt hij op meditatie. Mensen die mediteren zijn aantoonbaar gezonder dan mensen die dat niet doen. Uit hersenscans blijkt dat meditatie zorgt voor letterlijke uitbreiding van het brein, met dikkere en vettere frontale lobben. Dat is mooi, want daar huist ons concentratievermogen. Daarnaast leidt meditatie tot meer grijze massa in het middenbrein (waar ademhaling en bloedcirculatie worden geregeld) en in de al eerder genoemde prefrontale cortex, waar ons actieve geheugen en onze spiercoördinatie worden gestuurd. Overigens blijkt uit hersenscans dat bidden hetzelfde heilzame effect op ons brein heeft als mediteren.
Krachtslaapjes
Waarom zouden we eigenlijk niet veel vaker een dutje doen overdag? Van genieën als Leonardo Da Vinci, Albert Einstein en Thomas Edison is bekend dat ze graag midden op de dag een uiltje knapten ten behoeve van hun creatieve processen. Bij de NASA denken ze er inmiddels ook zo over. Uit hun eigen onderzoeken is overduidelijk gebleken dat krachtslaapjes overdag tot aantoonbaar betere resultaten leiden. Piloten die overdag 40 tot 45 minuten sliepen, verbeterden hun prestaties met 34% en hun waakzaamheid zelfs met 54%!
Sommige onderzoekers menen dat de middagdut vooral niet langer dan 20 tot 30 minuten moet duren, omdat je anders de rest van de dag groggy blijft. Maar anderen bestrijden dit en menen dat een siësta van 1 á 2 uur net zo nuttig is en dat je snel genoeg weer wakker bent als je meteen een kop koffie drinkt na het ontwaken. Uit onderzoeken aan de Harvard Medical School blijkt dat een dutje van een half uur er vooral voor zorgt dat je prestaties niet slechter worden aan het eind van de dag door information overload, terwijl een heel uur of anderhalf uur slaap dezelfde mentale verkwikking oplevert als een hele nacht slaap.
Misschien denk je nu: ik kan toch moeilijk een middagdutje inlassen op kantoor. Maar is dat wel zo? Zonder extra slaap overdag neemt je hersenactiviteit af gedurende de dag. Dit komt in feite neer op 'grijs verzuim': je bent dan wel fysiek aanwezig, maar je aandacht is er niet meer bij… Hoe aantrekkelijk is dat voor werkgevers?
Spijbelen
Bij veel bedrijven wordt slapen op het werk helaas nog steeds beschouwd als spijbelen. Toch wordt er heel wat afgedut op het werk. Het gebeurt alleen stiekem, op de wc of in de eigen auto tijdens de lunchpauze. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de uitputtingsverschijnselen van de hedendaagse rat race. In maart 2012 wordt in de Verenigde Staten alweer de dertiende Sleep At Work Day gehouden: een initiatief van Bill Anthony, directeur van het Centrum voor Psychiatrische Rehabilitatie aan de Universiteit van Boston.
Volgens Anthony wordt er in Amerika massaal stiekem geslapen op het werk en wordt dit amper opgemerkt door collega's en werkgevers, simpelweg omdat die daar te moe voor zijn. 'Het is echt een epidemie', aldus Anthony. 'Terwijl bedrijven er juist hun voordeel mee kunnen doen als ze werknemers een middagdutje gunnen. Dat levert immers een hogere productiviteit, meer werkplezier en een betere gezondheid op onder hun personeel.' Steeds meer progressieve bedrijven moedigen middagslaapjes juist aan en faciliteren die ook met speciale rustruimtes in het bedrijfsgebouw, zoals Google, Nike en Union Pacific.
Misschien heeft Remco Campert uiteindelijk toch gelijk als hij zegt dat luiheid niet bestaat, maar gewoon een lui woord is voor iets anders, dat we nu pas beginnen te doorgronden. In ieder geval kunnen de workaholics en controlefreaks onder ons nog heel wat leren van verstandige dieren!
 
 
 
4-De kunst van het lanterfanten.
 
27/05/2011 | Veerle Vanden Bosch
Mijn dagelijkse bestaan ziet er doorgaans uit als een bolide die met een razende vaart vooruitscheurt. Ik kan er alleen maar achteraan hollen. Dat eist zijn tol: ik ben het stilstaan verleerd. Zelfs als ik niets te doen heb, slaag ik er niet meer in doelbewust niets te doen. Ik maak honderden plannen, maar kom nergens toe, waardoor ik me op het eind van de dag verbijt van spijt over zoveel knullig verlummelde 'qualitytime'.
 
 
5-Lang leve de lanterfant.
Matt Dings
21 augustus 2012
door Matt Dings
 
Straks, als ik dit stukje af heb, de pc heb geordend, de ontbijtspullen opgeruimd, een paar rekeningen betaald, een lijst voor een spreekuur ingevuld, naar fysiotherapie ben geweest, een frisse neus heb gehaald, mijn geliefde gekust, een goede vriend gebeld, de planten water gegeven, een afspraak met een klusjesman verzet, de telefoon opgeladen, een paar journalistieke sites bezocht en een kaart aan een terminale kennis geschreven en gepost, dan ga ik lekker een poosje niksen.
Dat klinkt gemakkelijker dan het is, niksen, maar het vergt wel flink wat oefening. Collega Pauline Bijster heeft onlangs al eens vastgesteld dat het haar maar niet wou lukken. Niet erg, Pauline, naarmate de jaren van Sturm und Drang verstrijken, wordt het gemakkelijker. Ik vind het fascinerend hoe sommige tachtigers doodstil op een bankje in het park kunnen zitten mediteren alsof ze hun hele leven boeddhisme hebben gestudeerd - nee, mediteren klinkt nog te actief, ze zitten er gewoon fijn te mijmeren over wat er geweest is en weer zal zijn.
Daarmee hebben we al één eigenschap van het niksen te pakken: niksen is nooit helemaal niets doen, het is vrijwel niets doen. Ook als je alleen maar op een stoel zit, doe je immers van alles: ademen, horen, zien, gewaarworden, denken. Bij niksen gaat het erom het echte niets doen te benaderen. Daarbij helpen heel kleine en onnutte activiteiten zoals kauwen op een grasspriet, kijken naar een zwerm mussen, een plukje haren tot een lok draaien (een eigen plukje, anders wordt het maar weer seks).
Zijn we op het strand, dan kunnen we heel goed niksen door zand in een fijn straaltje tussen onze vingers te laten lopen zodat er een spits hoopje ontstaat en door zeventien schelpen op een rijtje te leggen, of juist in een kring. Betreft het een zeestrand, dan mazzelen we, want het laat zich fantastisch niksen terwijl we naar de aan- en wegspoelende golven kijken. Ook wolken komen de liefhebber van het niksen van pas. Hengelen aan een waterkant lijkt op niksen, maar die gelijkenis zal elke visser krachtig tegenspreken. Gooi dan liever kleine steentjes in het water. Val niet in slaap, want dat doe je weer wat; soezen is wel toegestaan. Zo hoort piekeren of plannen maken ook niet bij niksen, maar dagdromen weer wel.
Het is jammer dat niksen een slechte pers heeft. Een nikser heet al gauw een leegloper of lapzwans en het niksen wordt steevast geassocieerd met verveling en saaiheid.
Het komt doordat veel mensen er niets van kunnen, van dolce far niente. Wie er wèl wat van kan, die voelt zich heerlijk als het weer eens zo ver is. Voeten op tafel, handen achter het hoofd gevouwen, laat de boeren maar dorsen: wij gaan eens uitgebreid luieren, lummelen, kaaiewaaien, lanterfanten en flierefluiten
 
 
 
6-Lanterfanten.
Door Atty van de Brake op zondag 21 juli 2013 13:56
 
Nu de zomer eindelijk ons wolkenrijke landje bereikt, mag ik de kunst van het lanterfanten beoefenen zonder mij daar schuldig over te voelen. Ik vind dat zo'n leuk woord.
Het woord is mogelijk ontstaan uit het Middelnederlandse 'lant' (= land) + 'truwant' (= bedelaar). De synoniemen zijn ook erg aantrekkelijk: flierefluiten, lummelen, tijd doorbrengen zonder iets degelijks uit te voeren, beuzelen, luilakken, rondhangen, slenteren en de mij onbekende woorden: sjappietouwen, laveien en straatslijpen.
 
Lanterfanten is een veredelde vorm van onthaasten. Het klinkt overigens makkelijker dan het is. Dat komt omdat mijn calvinistische achtergrond mij (in mijn hoofd ) tot de orde roept, dat lees je al hierboven in 'iets degelijks uitvoeren'. Oh jee, we zouden toch eens iets ondegelijks doen! Een totaal nutteloze non-actie niet-doen. Stel je voor! Ieks. Maar het is ook gewoon moeilijk voor mij als social media addict. Het FOMO-effect openbaart zich: The Fear Of Missing Out. De angst om iets te missen. Dat ik vorig weekend ontzettend last kreeg van RSI-achtige pijnlijke klachten aan mijn rechterhand, -pols en -arm, helpt wel. Pauzes inlassen wordt een must dus. En zo bouw ik mijn intensieve #project365 'zoek-je-baan' activiteiten even af, om ruimte te bieden aan het tropische niets. In dat niets kan ik dan opeens weer een boek lezen.
 
Lanterfanten is ook moeilijk door de maatschappij waarin wij nu leven, waar je nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel vanuit maakt. Ik heb net het boek Borderline Times van de Belgische psychiater Dirk de Wachter uit. Hierin verhaalt hij, met veel citaten van filosofen en concrete, recente voorbeelden over deze gekke tijd, waarin we allemaal symptomen vertonen van een Borderline stoornis. Ik herkende in ieder geval heel veel. Dat alles leuk moet zijn. De maakbaarheid van geluk. Gebrek aan hechting, identiteitsproblemen, depressies. Ik ken toch veel mensen die antidepressiva slikken zeg! Dat je, omdat je keuzes hebt, een loser bent als je niet succesvol bent. De etikettering van de vele aandoeningen (ADHD, autisme, etc.) en de falende opvoeding van ouders die geen grenzen meer stellen, waardoor jongeren ontsporen doordat ze grenzeloos worden dan wel niet kunnen voldoen aan (school)prestaties en erbij horen (toenemend aantal zelfmoorden onder pubers). Ik propageer geen deskundige te zijn op een van deze gebieden, integendeel. Maar lees dat boek eens, het verheldert veel. Het gevoel dat je in een rollercoaster zit naar een onbekende bestemming, herken je dat? De 'oplossing' die De Wachter aanbiedt in zijn boek, is overigens minder transparant. Hiermee (is er al iemand afgehaakt omdat dit te-ver-van-je-bed-show is, het ging toch over lanterfanten) wordt de filosoof Levinas ten tonele gebracht die zegt (in gewone mensen taal): "Wie goed doet, goed ontmoet". Zo simpel mag het leven zijn. Hoezo alles volgen op Facebook (tot aan alle intieme details over de zomervakantie van je buren)?
 
Gisteravond zag ik mijn favoriete film Into the wild. Daarin zie ik ook een brug naar dit verhaal, omdat onze hang naar individualiteit, individuele vrijheid doorgeschoten is, waardoor we onthecht raken, en zoals die film terecht afsluit, na een poosje als 'supertramp' (zwerver) die vrijheid doorleefd te hebben, schrijft de doodzieke jongen: 'Happiness is only real when shared'.
Vanuit mijn herinnering nog een beeld dat opdoemt: een strip van Jan, Jans en de kinderen. Jeroen en Catootje lanterfanten in de zomervakantie: "Ik verveel me. Wat fijn. De zomer duurt lekker lang als je je verveelt."
 
Mijn stelling is dat lanterfanten gezond én ook moeilijk is. Beschouw het vooral NIET als een uitdaging, want dat is de manier om het een trendy etiket te geven waardoor het een prestatie wordt. De kunst van het lanterfanten is juist om niets te hoeven, niets te verwachten, soort van bijna niet-zijn. Daarom is het ook een 'kunst' omdat we (ik ook) dit dreigen te verliezen: accepteren dat er soms niets hoeft.
 
 
 
 
7-Wie niets doet, leeft beter.Gezond.nu
 
 
1 augustus 2014  | Dossier:  Stress    
 
 
Wie druk is, gaat harder werken. Fout! Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, juist lanterfanten vermindert stress, vermeerdert creativiteit en zet je kompas in de juiste richting. En daarvoor moet je actief niets doen. Hoe doe je niets op de beste manier? En wat gebeurt er allemaal in je brein? Psycholoog Kemal Inci legt het uit.
 
 
We houden van doeners. We zijn graag verantwoordelijk en we hebben graag altijd iets om handen. Daarom vinden we de momenten dat we weinig doen, vaak lastig. Niets doen voelt niet goed. Maar wie denkt dat nietsdoennerij nutteloos is, komt bedrogen uit. “Juist wanneer je niets doet, ontdek je waar het leven werkelijk om draait,” stelt psycholoog Kemal Inci. Als bedrijfspsycholoog en eerstelijnspsycholoog weet hij als geen ander hoe gezond niets doen kan zijn. Maar hoe doe je niets?
 
Niets doen? Stel geen eisen
 
“Niets doen is simpelweg iets doen zonder de door jezelf of door anderen opgelegde verplichtingen of verwachtingen,” vertelt Kemal Inci. Relaxen op de bank, mediteren of liggen met je voeten in het gras. Maar ook tuinieren, naar de yoga gaan of een drankje op het terras kan dat zijn. Voelen wat je voelt, zien wat je ziet.
 
Hoewel jijzelf in volledige rust bent en er niets uit je handen komt, zijn je hersenen enorm actief. Ze leggen razendsnel creatieve verbindingen, activeren probleemoplossend denken en onderscheiden hoofd- en bijzaken.
 
Inci: “Je laat je alledaagse focus en controle los en komt in een staat van overgave en verruimd bewustzijn. In plaats van ‘worden geleefd’, leef je. In deze beschouwende staat sta je stil in de maalstroom van alledag. Een staat die je mogelijkheden biedt om tot inzicht te komen of je de juiste doelen nastreeft. En of je wel bereikt wat je daadwerkelijk nodig hebt, de wezenlijke behoeftes.”
 
Wel doen: wezenlijke behoeften vervullen
 
Want daar draait het om: behoeftes vervullen. “Gewoonlijk zijn het prikkels van allerlei aard die stimuleren om activiteiten te verrichten. Die komen van buitenaf of binnenuit,” vertelt Inci. Zo is een hongerige maag het signaal van binnenuit dat je iets moet eten. Het stimuleert je om voedsel te verkrijgen. In deze maatschappij betekent dat je hiervoor moet landbouwen of werken om eten te kopen. Of een vriend die vraagt een boodschap voor hem te doen, is een prikkel van buitenaf om iets te doen. Dat is allemaal niet erg, want “onze belangrijkste taak is om onze eigen behoeften en die van onze dierbaren te vervullen.”
 
Je mist de roos wanneer je constant werkt, doet en druk bezig bent, zonder dat deze activiteiten daadwerkelijk jouw wezenlijke behoeftes en die van je dierbaren vervullen. Dan word je geleefd en raak je op den duur overspannen. “Af en toe écht niets doen, voorkomt stress en burn-outs.”
 
Go with the flow = lanterfanten
 
Hoe doe je goed niets? Hoewel iedereen anders is, geldt één ding: ontrek je actief aan een situatie waartoe je iets bent verplicht, die eisen aan je stelt of waar je weer in control moet zijn. “Voor de één is dat yoga, voor de ander is dat schrijven of dagdromen. Hoeveel tijd zoiets kost, is afhankelijk van de persoon zelf. Of nog beter: integreer een vast bezinmoment in je leven. Een dagevaluatie, weekevaluatie, jaarevaluatie” adviseert Inci.
 
Een heel paradoxale opdracht, want in feite doe je niets maar “is het ook de bedoeling dat je jezelf vrijmaakt van verplichtingen en gaat ontspannen. Wanneer je jezelf overgeeft aan het leven, lijkt het alsof je de controle verliest. Maar niets is minder waar. Juist dan leid je meer je leven en gebruik je energie voor zaken die er werkelijk toe doen.”
 
 
 
8- Lanterfanten voor professionals (Annemieke Rozemond)
Innerlijke rust en hard werken
Als je professional of leider bent, denk je waarschijnlijk dat je hard moet werken om anderen van dienst te zijn met je talenten en kwaliteiten. Misschien heb je geleerd dat achterover zitten of niks doen iets is voor watjes. Als je niks doet kom je nergens! Je hebt leren doorzetten en dat heeft je waarschijnlijk ook veel opgeleverd.
 
Maar misschien heb je ook veel ingeleverd. Er is niets mis met hard werken. Het kan heerlijk zijn om ergens helemaal in op te gaan, je te geven voor je werk en iets te betekenen. Als het maar afgewisseld wordt met voldoende rust. Liefst rust van hoge kwaliteit. Als je te weinig uitrust na hard werken, kan je roofbouw plegen op je zelf. Ook al houd je nog zoveel van je werk. En dat gaat op termijn ten koste van je gezondheid.
 
Bovendien mis je, als je weinig rust neemt, de kans om contact te maken met je onderbewuste of je ziel. Je mist kansen op sturing vanuit je intuïtie. En als je die kansen laat gaan word je als een stoomtrein zonder rails: je hebt veel energie nodig om enigszins vooruitgang te boeken en je weet eigenlijk niet waar je heen stoomt. Dat kost je je reserves en je lol in je leven waardoor je weer meer rust nodig hebt, maar die denk je je niet te kunnen veroorloven want….
 
Je kent de signalen vast wel: pijn in je schouders of hoofd, pijn in je rug, piekeren, moeilijk kunnen stoppen, onrustig slapen. Je denkt dat het goed is dat je hebt leren doorzetten ondanks deze signalen. En je luistert er niet meer naar.
 
Er is een andere weg. Een lichtere weg, waarbij je steeds in je leven contact maakt met je innerlijke rust. Waarbij je ervoor zorgt dat je je bijtijds oplaadt. Waarbij je het moment voelt en merkt dat je leeft. Voel je hart maar eens kloppen. Ja nu. Stop maar met lezen….Kun je je hart voelen kloppen? Al is het maar dat je je kunt voorstellen dat het klopt.
 
Kun je je hart waarderen dat het zo de hele dag vanzelfsprekend zijn werk voor je doet? Je hoeft je er geen moment mee bezig te houden!
 
Door je geregeld te oefenen in mediteren, wordt rust een vanzelfsprekendheid voor je. Je gaat meer openstaan voor een laag in je die je steeds oplaadt en voedt. Een innerlijke vredigheid waar je in kan rusten en die je makkelijk kan terugvinden. Van daaruit kun je makkelijker actie ondernemen. En dat gaat zich vertalen naar je werk: dat wordt lichter en je kunt beter je intuïtie volgen.
Dit is een nieuwsbrief van Annemieke Rozemond. Mijn doel is om leiders en professionals te helpen om te werken vanuit innerlijke rust en waardering.
 
www.rozemondcoaching.nl
 
 
 
9-The art of lanterfanting  (Ingeborg van Beek)
Creativiteit. De motor van mijn bestaan. Niet alleen van mij; zonder creativiteit zou de wereld er heel anders uitzien en zou er voor geen enkel probleem een oplossing bestaan.
 
Creativiteit is niet iets dat je aan of uit kunt zetten. De meest briljante ideeën ontstaan immers op 'onbewust creatieve momenten'. Onder de douche, op het toilet of 's nachts als je even wakker wordt.
 
Dus: er eens even lekker voor gaan zitten om dan succesvol creatief te zijn, heeft vaak weinig zin. Een zogenaamde AHA-erlebnis ontstaat pas nadat het probleem eerst bestudeerd is en vervolgens wordt losgelaten. De boel even laten bezinken, er 'een nachtje over slapen' of het even wegleggen. Ons brein maakt dankbaar gebruik van deze adempauze en reorganiseert alle informatie, zonder dat we het in de gaten hebben. Het is juist deze reorganisatie die tot creatieve oplossingen leidt.
 
Beelddenken
 
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, heeft het structureren van het creatieve proces juist wel zin. Divergeren heet dat, of ook wel 'geleide fantasie'. Het is een soort brainstormen waarbij je gebruik maakt van beelddenken. Hiermee doe je een beroep op diepere lagen van je brein. Onbewust maken we hier al vaak gebruik van: je droomt bijvoorbeeld in beelden. Bij geleide fantasie sturen we dit proces heel bewust. En daar maken communicatieadviseurs zoals ik dan weer graag gebruik van....een beetje structuur aanbrengen in de creatieve, soms zweverige chaos.
 
Lanterfanten
 
Toch loopt mijn eigen creatieve proces ook niet altijd op rolletjes, bemerkte ik toen ik gisteravond ging repeteren met mijn jazzband. Finn, onze toetsenist, merkte droogjes op dat ik wat vaker zou moeten lanterfanten. "Is goed voor je creativiteit. Om beter te worden in improviseren: nummers ontleden, loopjes bedenken, solo's pakken…", zegt hij terwijl hij met een dromerig gezicht zijn keyboard klaarzet. Zijn opmerking zet me aan het denken. Ik laat het woord 'lanterfanten' door mijn mond rollen en heb er wel wat associaties bij. Ik denk aan zand tussen mijn tenen, witbier met citroen en loom voor de open haard liggen en een boek lezen. Lekker!
 
Tot zover. Al gauw sta ik weer met beide benen op de grond: ik weet dat ik hier vreselijk slecht in ben. Zomaar een middag in het gras gaan liggen en naar de wolken staren? Luieren, lummelen, niksen? Niets voor mij. En hoe lekker het woord lanterfanten ook klinkt, het staat voor mij synoniem aan niets-doen en niet-productief zijn.
 
De geur van een volle luier
 
Toch wil ik het wel eens proberen. Wie weet welk fantastisch creatief proces ik misloop door het niet te doen? Ik zet mijn mobiel uit en doe de gordijnen dicht. Als na vijf minuten het ongemakkelijke gevoel begint af te nemen en ik net begin te denken dat ik hier wel aan kan wennen, stormt mijn dochtertje de kamer in. De geur van een volle luier herinnert me aan een taak die op me ligt te wachten. Dan komt mijn man binnen en trekt alle kussens van de bank omdat hij zijn sleutels zoekt. "Waarom zijn de gordijnen dicht, zo zie ik helemaal niks!", roept hij verontwaardigd uit.
 
Het is voorgoed gedaan met lanterfanten als de bel gaat en er een knappe TNT bezorger om mijn handtekening vraagt voordat hij een pakket aan mij wil overhandigen. "Natuurlijk", zeg ik op een plagerige toon, "zeg maar waar je hem wilt hebben." Het beelddenken is bij mij in volle gang, het lanterfanten heeft dus tóch geholpen!
 
Lanterfanten-arrangement
 
Ik zwaai mijn man uit, verschoon de luier van mijn dochter en zet de kids aan de LEGO. Dan pak ik snel mijn laptop om toch nog maar even een deadline te halen. Maar al snel dwalen mijn gedachten af en Google ik het woord lanterfanten. Ik lanterfanter het hele www af, tot ik een heerlijk lanterfant-plekje heb gevonden met een lanterfanten-arrangement.
 
Mijn fantasie gaat aan het werk en ik zie mezelf al liggen tussen de madeliefjes in het hoge gras. Dan kijk ik op de klok en ga keihard aan het werk. Dáár word ik nou rustig van.
 
sept 2014.