[Contact.Links.info.] [Zoek op Site.] [De Slowpaper.]

Home-page

Zoek op Site.

Beetsterzwaag.toen.

Lanterfanten.lezen.

Beetsterzwaag.nu.

De Slowpaper.

Disclaimer

Mei de Sweach op e rêch.
 
Thom Vellinga.
 
1-Gedenksteen.
2-Frits
3-Beets, de herbergen enz.
4-De Westersche Molen in Beetsterzwaag
5-Albertus van Harinxma thoe Slooten( 1836 - 1881)
 
 
 
 
 
________________________!
 
1-GEDENKSTEEN
 
In en in de omgeving van Beetsterzwaag was er in 19e eeuw behoefte aan een christelijke school.
Door de inspanning van verschillende bewoners en belanghebbenden is de totstandkoming tot een goed einde gebracht. De heer Lyclama à Nijeholt stelde een terrein beschikbaar en zo kon de bouw beginnen.
Bij de opening van de school aan de Beetsterweg in 1892 werd een marmeren gedenkplaat onthuld. Deze heeft hier tot de verplaatsing van de school naar Beetsterzwaag gehangen.
Zoals gebruikelijk werden er schoolfoto's gemaakt. Zo veel mogelijk kinderen uit één gezin er op. Dat drukte de kosten. In vroeger tijd kwam fotograaf Dwinger uit Leeuwarden bij de openbare scholen langs, de christelijke scholen maakten gebruik van de deskundigheid van de heer Pottjewijd uit Winschoten.
De laatste fotograaf van christelijke huize maakte op zondag geen foto's. Dit was een rustdag. Hij verloor daarom in de loop van de tijd veel klanten die deze dag vrij waren , aan zijn niet christelijke ambtgenoot.
 
In 1920 werden er in Nijbeets een christelijke - en een hervormde school geopend. Het aantal leerlingen liep daardoor terug.
De school werd nu verplaatst naar de Vlaslaan in Beetsterzwaag. Deze in 1921 geopende school lag ook centraler voor de leerlingen van Beetsterzwaag en Olterterp.
Op 19 september 1975 werd  een  nieuwe school , die noordelijker was gebouwd, in gebruik genomen. Op het plein van de oude school was op 30 augustus  een rommelmarkt gehouden. Aangezien ik nieuwsgierig was, nam ik een kijkje. Wat zag ik tussen alle spullen liggen.
De gedenksteen met als opschrift: Jhr. A. Lyclama à Nijeholt 17 mei 1892.
De historische waarde ontging mij niet. Ook de blik in mijn ogen met meer dan gewone belangstelling, ontging de verkoopster niet.
De prijs f 25,-
Zij blij, ik blij.
De  netto opbrengst  van de rommelmarkt  was fl. 7500,- en bestemd voor een ontwikkelingsproject in Brazilië. Men probeerde een bedrag  van fl. 10.000 bij elkaar te brengen  voor het bruikbaar maken van een oud schooltje (  een schuur) en het aanschaffen van leermiddelen. Uiteindelijk is het fl. 12.500 geworden.
 
Met de steen in de auto en naar huis. Maar ja wat moet je er mee?
De steen , oftewel de achterzijde ervan,  heeft in de loop der jaren zijn dienst bewezen. Voor een handvaardigheidscursus had ik een goede ondergrond nodig. Eén van de opdrachten was solderen. Hiervoor was de marmeren plaat  heel geschikt. Ik weet niet wat de adellijke familie Lycklama hier van gevonden zou hebben. Verder heeft het nog jaren  geduurd, voordat  de nieuwe bestemming in zicht kwam.
 
School heeft gestaan aan Beetsterweg 14.
Schoolhuis is later voorhuis van een boerderij geworden.
Ten oosten van de woning is nog het stookhok/
toiletten  te zien.
 
Toen in 1992 de christelijke school 100 jaar had bestaan, werd er een reünie georganiseerd.
De heer J.H. Duursma had op zich genomen met anderen een boek samen te stellen. Toen ik hem wees op de marmeren plaat, leek het hem waardevol om deze weer terug te laten keren op school.  Het leverde mij f 50,- op. Zo heeft de herdenkingssteen na jaren weer een mooi plaatsje gekregen in  de christelijke school . 
 
Schoolfoto via A.Sybenga,  gedenksteenfoto via L. Hiemstra, rommelmarkt eigen foto  ( Thom Vellinga , Noordwijk)
 
Gedenksteen
 
School Beetsterweg
 
School Vlaslaan
 
 
2-Frits        
 
Tegenover Hotel "Lauswolt" in Beetsterzwaag ligt een sfeervolle woning met de naam "Bethlehem".
Hij  lijkt vrij oud, maar is in 1970 in de plaats gekomen van een afgebroken boerderij met dezelfde naam.
Jarenlang heeft de familie Brouwer hier gewoond.
Jan Brouwer was als bosopzichter in dienst van baron Reinhard van Harinxma thoe Slooten  van Lauswolt en na diens overlijden van zijn  dochter baronesse Janke Bieruma Oosting.
Brouwer heeft  o.a. het hout van de belvedère aangeleverd, die gebouwd werd achter hotel "De Horst"in 1930.
 
"Frits" was een paard van de familie Brouwer.
Het dier werd wel uitgeleend aan Pieter de Boer, die in het armhuis woonde.
Deze woning had tot 1928 dienst gedaan als armhuis, dat werd opgeheven omdat er te weinig animo voor was.
De Boer gebruikte het paard als trekkracht voor de lijkkoets.
In 1938 had Pieter de Boer een andere, belangrijke taak. Hij moest , gezeten op Frits, het volk kond doen van de geboorte van prinses Beatrix. Dit deed hij samen met de conciërge van het gemeentehuis , de heer Tjeerd Blauw. Beide mannen waren gekleed als herauten.
 
Achter de boerderij van de familie Brouwer  lag een stuk grond.
Dit werd en wordt doorsneden door het Kerkenpad. Dit is de verbinding van de kerken van Beetsterzwaag en Olterterp en ook Oud Beets (exit) voordat de A7( Rijksweg 43) er was.
Om als wandelaar over te steken moest gebruik worden gemaakt  aan de ene kant van een plank over een sloot en de andere zijde van  een klaphek.
Als er even geen werk voor het paard was, liep het in de wei achter de boerderij.
De oppervlakte was groot genoeg, maar "Frits"hield er van om de wereld te verkennen.
Het klaphek had zijn interesse. Het kwam wel voor dat als de wandelaars overstaken, het hek niet goed dicht werd gemaakt.
Dan was het paard  er als de kippen bij om eerst met het hoofd een opening te maken. Vervolgens was het gat groot genoeg voor zijn lijf.
Hij kon er nu helemaal door. Daarna kon zijn  "ommetje "beginnen.
"Frits" liep dan over een pad door het zgn.  "Kostverlorenbos" tot hij bij de doorgaande weg kwam. Als hij daar was, sloeg hij rechts af richting Lauswolt. Het was niet geheel ongevaarlijk, want naast de weg liep een tramspoor.
"Frits" draafde huiswaarts. En als hij vanuit de boerderij gezien was, werd hij weer begeleid naar zijn oude stek.
Hierna kon het spel opnieuw beginnen.
 
Achterzijde "Bethlehem"tijdens
de afbraak in 1969( Foto Sijbinga)
 
 
3-Beets , de herbergen enz. De herbergen naast de Beetstervaart en de Huiskervaart
 
Aangezien de heer Oene  Dijkstra in 1986 niet over de huidige digitale mogelijkheden beschikte en in 2015 nog niet alle gegevens over de herbergen boven water waren gekomen, probeer ik hier een aanvulling te geven.
 
Beetstervaart
Aan het eind van de Beetstervaart stond aan de oostkant een boerderij. Hierbij was een opslagplaats voor te verkopen partijen hout:  zoals planken, latten, kaphout, bomen.
Huurder van de boerderij was  Gerrit Sjoerds van der Heide die huur en gebruik van wal - en opslaggelden van de Beetstervaart volgens tarief had.
Hij verliet de boerderij in 1878 na boelgoed gehouden te hebben. Hier gingen behalve koeien, paarden , schapen , meubels ook van de hand: toonbank, 3 drankvaten, bussen, trommels en een meelbak.
Zijn opvolger werd Eit Heinzes Gaastra , die in mei 1884 vertrok. Daarna werd  de boerderij afgebroken.
De Beetstervaart anno 1978. Aan de rechterzijde heeft de boerderij gestaan.
 
Havenzicht
Tegenover de Beetstervaart stond een twee- onder- één- kap woning. Deze werd tot 1773 door twee gezinnen bewoond. Hierna kwam schipper/ koopman  Roel Jans uit Beetsterzwaag,  die de schoorsteen van de oostelijk woning dicht liet maken en hier een winkel annex herberg in begon. Het westelijke huis werd zijn woning. De reden waarom de ene schoorsteen dicht werd gemaakt werd , dat er schoorsteengeld  ( (belasting)op werd geheven. Roel Jans had een goede plek uitgezocht om zijn winkelwaren aan de man te brengen, bij een doorgaande weg en een haven.
Hij kreeg hierna nog drie opvolgers. Hendrik Husselmans die uit Muhlheim aan de Rijn kwam, Ridsert Sybrens die boer was geweest te Olterterp en in Beetsterzwaag en Johann Georg Mogk ( Mook) van Weege, vorstendom Waldek. Hij was , zo gaat het verhaal, naar Nederland gekomen met een circus en wilde niet mee terug. Het was een echte paardenman. Het gezin is naar Beetsterzwaag verhuisd. Hier is ook een winkel gestart. Verder was Johann in dienst als koetsier bij de familie van Lynden.
Daarna komen rond 1826  Wolter Klaas Haveman , wagenmakersknecht bij zijn schoonvader in Beetsterzwaag, en zijn vrouw Ike Hedmans Bijlsma naar Beets.
Er vinden aanbestedingen, boeren boelgoeden, verhuringen, zoals voor het tolhuis dat te Beets heeft gestaan, schutjaspartijen om een vet varken plaats. Het was ook een pleisterplaats voor  boeren, die in Beets hooi kwamen halen.
Als Wolter overlijdt, neemt zijn weduwe de zaak over met  haar zoon Sake, die haar na haar overlijden opvolgt.
 
Het gebouw heeft in de loop der tijd de nodige verbouwingen, vergrotingen ondergaan.
Op deze kadasterkaart uit 1878 is een aanbouw en een verkleining van de schuur te zien.
Sake heeft in 1903 de hele winkelopstal en winkelgoederen verkocht.
Het aanbod bestond  uit: een toonbank met koffiemolen, gort- en meelbak, best eiken olievat ( beslagen), koperen schalen, evenaars , gewichten, bascule, schuifslêe, grote koffiebus, dito kist met beslag, ton, beste partij maten, potten, pannen, theegoed, vazen, 30 stoelen, tafels, kinderwagens ( Eng. model), nieuwe kasten, kinderstoelen, rekken. Nog enige lange nieuwe grenen posten (8 ½ v zwaar) nieuwe koperen theestoven, lantaarns, nikkel theebladen, wekkers, enz. enz. 60 zakken, glazenwagen op riemen en chais met losse kap en nieuwe lantaarns.
Voorts: koeltrog, koekmolen, draagberrie, kalvehokje, vat, koperen goteling, 2 kolomkachels, ijzeren ketels enz. enz.
 
Als Sake  sterft, houdt zijn weduwe  het bedrijf nog aan tot 17 november 1909 en dan gaan een volledige kasteleinsinventaris , meubelen, huisraad en landbouwgereedschappen van de hand.
 
Hendrik Hofstra de volgende bewoner oefent hier het boerenberoep uit.
Zijn vrouw  Johanna Cesilia  Glastra vroedvrouw uit Beetsterzwaag volgt haar moeder Maria Glastra- v.d. Velde uit Beetsterzwaag op in dit beroep.
In 1924 brandt de koemelkershuizinge van de Cornelia Stichting in gebruik door H. Hofstra af.
Architect Hendrikus Wiersma krijgt de opdracht een ontwerp te maken voor een nieuwe boerderij.
Hendrik heeft van  1925  tot 1934 zitting genomen voor de C.H.U. in  de Opsterlandse gemeenteraad.
In 1930 wordt het 25- jarig jubileum gevierd als verloskundige. Als er drie jaar later een verloskundige wordt gevraagd in Gorredijk , vraagt mevr. Hofstra overplaatsing aan.
 
Hierna komt de familie Kuperus op deze plek. Er wordt begonnen met een hengstenstation.
Huidige bewoners zijn  Siebe Kuperus met zijn dochter.
 
De Huiskervaart of Huisjes vaart
In een boerderij annex herberg aan de zuidzijde van de Beetsterweg woonde bij de Huiskervaart, Remmelt Tiebes, opgevolgd door zijn zoon Ruerd Remmelts.
In 1769 komt hier Douwe Eedsges Tolman met zijn vrouw. Twee zoons van hem hebben elk een potschip dat in de Huisjesvaart komt te liggen.
In 1811 overlijden Douwe Eesges en zijn vrouw Jitske Jans.
De plaats van dit echtpaar wordt ingenomen door zoon Eesge Douwes Tolman en zijn Fokje Hendriks Oosterwoud.
In deze boerderij vinden ook verkopingen plaats. In 1819 is dat een uitmuntende zathe op Sorra Morra onder Oldeboorn.
In 1826 overlijdt Eesge en twee jaar later trouwt Fokje met Willem Jans Koekoek. We vinden dit echtpaar in een boerderij die gestaan heeft aan het Kerkepad tegen de Geaweg of Boornbergumerweg achter Lyndensteyn. Dit is de plek waar van 1950 tot 1967 het openluchttheater heeft gelegen. Door de uitbreiding van Lyndensteyn is het theater opgeheven.
Adam van Seyen en Yttje Wiebes Sytzema worden de nieuwe bewoners. In 1833 neemt van Seyen  5 percelen voor  het maken van een nieuwe hooiweg  voor de aanneemsom van f 247,-  Dit is een nieuwe weg in de hooilanden onder Beets vanaf de regte Sweinsweg voorbij de zgn. Moordsloot ter lengte van ongeveer een duizend vijhonderd en vijftig Nerlandsche ellen. Breedte van ongeveer 7 Nederlandsche ellen uit de voet der dijk zoodanig afgelijnd.
In 1838 wordt "De Pastoriefenne"voor 4 jaar gehuurd voor f 57,- per jaar. In 1839  sterft Adam Sytzes van Seyen, 49 jr. tapper te Beets.
Weduwe van Seyen is nu koemelkersche. In de boerderij worden grasverkopingen gehouden. In 1858 ligt het bestek van het afbreken van de spits van de bovenste verdieping, het metselwerk van de kerktoren van Beets, ter lezing bij wed. van Seyen.
Twee jaar later kan men inschrijven op het maken van een Nieuwe Spits op de gedeeltelijk afgebroken kerktoren.
 
In  augustus 1866 is de aanleg van de straatweg van Beetsterzwaag naar Oldeboorn voltooid. De boerderij heeft hierbij een verandering ondergaan. De schuur die aan de  oostelijke kant achter het voorhuis stond is afgebroken en nieuw in zuidelijke richting herbouwd.
Ytje Wiebes Sytzema is overleden in 1871 . Bij het boelgoed worden verkocht : boerenreeuw en beslag, als: 4 melke- en kalve koeijen, 2 beste hokkelingen, 4 beste kalvers, 1 paard, 2 boerenwagens karn met koperen hoep, koperen emmers, dito handketel en verder boerengereedschap . Voorts ongeveer 35.000pond best gewonnen hooi, waaronder 10.000 pond uitmuntend landhooi - een partijtje rogge in het stroo,- eenige meubelen en huisgeraden.
Daarna wordt de zaak te huur aangeboden. In de Drachtster Courant stond in januari  1872  de volgende advertentie:
 
Tot die tijd woont  schoonzoon Jan Alles Wedman met het gezin hier. Op 12 mei 1872 vestigt zich hier van Oldeboorn de laatste boer Jelle Ruurd Koopmans, die in september 1877 weer vertrekt naar die plaats.
 
 
Dit is het einde van de herberg: "Het Beetster Huisje". Maar er komt wel een nieuwe boerderij aan de overkant van de straat. Hier staat nu "Rijnhard Zathe". De voorganger is in 1877 gebouwd en later afgebroken omdat deze bouwkundig niet goed in elkaar stak.
Kadasterkaart 1878 met de nieuwe boerderij boven en het afgebroken  "Beetster Huisje"onder.
 
Bronnen: Speciekohieren ,nummering woonhuizen, Burgerlijke Stand,gezinskaarten, Delpher, artikelen en advertenties uit: Leeuwarder Courant, Drachtster Courant, Kadastrale kaarten, Kadaster met hulp van de hr. Y. Zuiderveld. Foto Beetstervaart: eigen foto.
 
 
Thom Vellinga.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
4-De Westersche Molen in Beetsterzwaag
 
In vroeger tijd namen  molens een belangrijke plaats in, in het straatbeeld van stad en dorp.   Tijden zijn veranderd.  Door de mechanisatie  is het aantal drastisch teruggelopen. De molens die er nog zij,n worden o.a. door de molenstichting in stand gehouden. Beetsterzwaag had twee molens, de Westerse en de Oosterse
De Oosterse stond ten oosten van de Zandlaan ( Oude Heerenweg), schuin tegenover Harinxma State, die in 1842 was gebouwd en in 1843 in gebruik was genomen.
 
De Westerse molen, waar ik het over wil hebben, stond ten zuiden van de Buurt van Beetsterzwaag op pastorale grond. In 1647 kwam de molenwoning en molen al voor in notariële akten. Daarbij viel op dat in de loop van de tijd soms de helft of nog een kleiner part door verschillende personen werd gekocht. Ook de familie Van Boelens en Hemminga hadden hierbij een vinger in de pap.
 
In 1816 werd de molen verplaatst in zuidelijker richting. Dit had te maken met de bomen , die een belemmering vormden.
De standerdmolen maakte nu plaats voor een stellingmolen.
In 1840 werd Geert Durks Schroor molenaar. In dezelfde tijd  stond  in het Aardrijkskundig woordenboek van der Aa het volgende vermeld. Beetsterzwaag heeft een korenmolen. De landen zijn niet zeer vruchtbaar; er worden desniettemin verschillende granen aangekweekt, doch voornamelijk boekweit, waarvan de opbrengst een voornaam gedeelte van het bestaan der inwoners uitmaakt.
In 1856 was de molen uit de hand te koop, te bevragen bij de eigenaar G.D. Schroor. Er kwam geen gegadigde. Schroor bleef molenaar en liet via de krant op gezette tijden weten,dat hij een ongehuwde molenaarsknecht zocht.
De hr. A v.d. Werff tekende nog een bijzonder voorval op:
Molenaar Schroor had steeds een flesje inkt in de molen staan. Af en toe was het flesje leeg, zonder dat er gebruik van werd gemaakt. Het was raadselachtig, totdat ontdekt werd, dat  een muisje zijn staart in de inkt doopte en dan aflikte.
In 1868 ging de molen wederom in de verkoop door bijzondere omstandigheden. Hij ging in 1869 over in handen van Tinco Martinus Lycklama à Nijeholt. Over hem zijn velen meer te weten gekomen door een tentoonstelling en presentaties in het kader van het culturele jaar 2018.
 
Tinco maakte een start met een museum in Beetsterzwaag. Bij de verplaatsing ervan naar Cannes ,kwam de molen te koop in november 1872
Jan Reinders Zetsema , bakker en molenaar wonende te de Wilp,  en Jan Jans Weis molenaar wonende te Drachten werden eigenaars voor f 1901,- 
Hierbij viste grofsmid Anne Bouwes Faber achter het net. Hij had bij de voorlopige verkoop f 924,- geboden.
De nieuwe molenaar werd een zoon van bovenstaande Jan Jans Weis, ook een Jan Jans Weis  in 1873 getrouwd met  dochter Wimke van Jan Reinders Zetsema.
Op 12 mei 1873 vestigde dit echtpaar zich aan de Hoofdstraat
( nu nr. 24 )
 
De molen werd afgebroken en in 1874 in ( Oud) Beets opgebouwd. Het jaar er op kon de woning en winkel worden betrokken. De plek waar de molen heeft gestaan,ligt onder de oprit van Beetsterzwaag naar de A7.
 
 
"De Kombuis"
Bij de molen stond het cherchershuisje , waarin de belastingambtenaren hun domicilie hadden. Hier hadden twee gezinnen  hun onderkomen. Dit waren opzichters die  maalbelasting moesten innen. In de speciekoheren valt op, dat er een groot verloop is van cherchers. Een gedeelte uit:" De tegenwoordige Staat van Friesland" deel 4 ( 1789)  Die enige granen aan de molen willen brengen, moeten alvorens dezelve aangeeven bij de Kollekteur te plaatse hunner woninge. Dat moet  tusschen Zonnen op - en ondergang, en van denzelven neemen een blanse of cedel( afgiftebewijs), behelzende den naam van den aangeever enz., van hem voor wien het aangegeeven wordt, benevens de hoeveelheid en soort der Graanen. En den dag en uur der aangeevinge tegen kontante betaaling aan den Kollekteur. Waarna het aangegeevene te gelyk en op eenmaal aan den Molen moet worden gebracht, en, alles afgemaalen zynde, ook weder gelykelyk worden afgehaald. Moetende ook, zo iemand het heeft willen doen bakken, de geheele kwantiteit teffens en niet in perseelen door den Bakker worden afgehaald. Als de molenaar zich niet houdt aan de regels kunnen er zelfs boetes van f 600,- tot f 1500,- worden geheven. Dus als molenaar moest je wel op je tellen passen.
Bij gevallen van onvermogen stond het tuchthuis te wachten.  De molen werd bij zonsondergang samen met de Kollekteur afgesloten met twee sloten. Tot geruststelling van de molenaar kreeg hij de sleutel van het laatste slot. De volgende ochtend werd de molen ontsloten door beide mannen.
                                    
 
De Kombuis bleef staan. Toen mevrouw De Jonge van Zwijnsbergen het gebouwtje aankocht , was het een bouwval. Maar de originele vorm had men vastgelegd. De Kombuis werd tot de fundamenten afgebroken en daarna in oude stijl weer opgetrokken Typisch zijn de vele ruitjes, die uitzicht gaven op de hele omgeving. Bij de tekening van 1929 staat
A. Baart die meerdere werkzaamheden heeft verricht voor mevr. de Jonge.
 
       
 
Bakkerij
 
Een van de molenaars en zijn familie wil ik er even uitlichten.
Dat is Beernt  Clases. Hij was al een aantal jaren molenaar toen hij  samen met zijn vrouw  een gedeelte van de rog -en windmolen, met huizinge , schuur en plaatse met bakkersgereedschap van de weduwe Sanstra kocht.
Dit betekende dat er niet alleen graan werd gemalen, maar tevens brood werd gebakken. Deze combinatie molenaar en bakker kwam veel vaker voor.
Toen  zoon Claas Berends in 1731  de taak overnam van zijn vader, was bij de verkoop met mevr. Sanstra afgesproken, dat er een nieuwe kruisbalk gemaakt moest worden voor de standerdmolen,voor mei 1732.
Bij de proclamatie werd tevens genoemd, dat de schoolmeester van het dorp moest worden onderhouden door de bevolking van Beetsterzwaag. Hier moest Claas ook een bijdrage aan leveren.
Tevens werd vermeld de pacht van het "Contra Rolleurs huiske"op het molenhiem staande.
 
Verhuizing.
 
Claas Berends en zijn vrouw Grietje Egberts kochten in 1754 een woning aan de noordkant van de Heerestraat of Hoofdstraat . Het was een woonhuis met hovinge, bomen en plantagie.
Nadat de huurder in 1759 vertrokken was, gingen ze er zelf wonen.
Zoon Berend Clases bleef achter in de molenaars huizinge . Daar werd nu één van de twee aanwezige schoorstenen dicht gemaakt. Dit gebeurde omdat er belasting werd geheven op het aantal schoorstenen.
Op het nieuwe adres werd een tweede schoorsteen in gebruik genomen. Dit betekende dat de zoon de molen bediende en zijn vader het brood bakte op een ander adres.
Zo zag de situatie er in 1901 uit.( ansicht uitg. Kiemstra, Gorredijk)
 
Links het gemeentehuis( nu expositieruimte , vorig jaar voor de Tinco- tentoonstelling), daarnaast de zijkant van de bakkerij, ( nu Lynde Living) . Aan de overkant van de straat de latere bakkerij nog in oude staat ,vóór de Jugendstil- verbouwing van 1908 ( nu bakkerij Verloop)
 
  Berend Clases nam in 1765 de bakkerij van zijn ouders, die verhuisd waren, over.
In 1769 werd aan de zuidzijde van de Hoofdstraat een pand met meerdere bewoonde camers  afgebroken
( huisnr. 75 en 76)
Hier begon Berend Clases zijn nieuwe bakkerij.
Hij had eerst 2 ½ schoorsteen, later twee. Ook had hij vee: twee paarden en twee koeien.
In1804 nam na het overlijden van Berend , dochter Antje Berends getrouwd met Egbert Rienks Kuipers de zaak over.
Diens zoon Rienk was de volgende bakker. Na 1891 komen na elkaar Kornelis, Wobbe en Marten v.d. Vegt. Vervolgens Feenstra, Kooistra en nu bakker Verloop.
Het is dus 250 jaar geleden dat in deze woning  een bakkerij is gesticht.
 
                                                    
Op de foto staan de dochters van bakker Kornelis van der Vegt, die ernaast staat afgebeeld.
Aan de linkerzijde was de bakkerswinkel met mooie rozetten aan het plafond. Rechts was een kamer. Deze werd in december ingericht met  sinterklaastafels. Deze werden in deze ruimte  tegen drie wanden gezet met daarop uitgestald de lekkernijen van marsepein, chocolade, enz.
Na een interne verbouwing werd de tussenmuur tussen winkel en kamer gesloopt. En hiermee verdween weer een oud gebruik.
Twee zoons van bakker Wobbe van der Vegt hebben het pand in W.O. II gebruikt als schuilplaats . Een ervan heeft in de schoorsteen ondergedoken gezeten. In 1908 werd de Jugensdstil-gevel aangebracht. Bij de hernieuwing van de Hoofdstraat in de jaren '60 , moest de bijpassende granieten stoep voor het pand het loodje leggen.
Uit de memoires van Lucas van Dijk . Het gezin van Dijk heeft tijdelijk naast de bakkerij gewoond in de jaren '30. Hij vertelt dat het 's morgens in de steeg ( nu dichtgebouwd) een drukte van belang was. Dan werd er brood en koek afgeleverd aan de broodventers. Die stonden dan met de korf voor op de fiets of "de karre"in de steeg hun beurt af  te wachten. Er was één bij die met paard en wagen brood uitventte in Beets en op de Veenhoop. Hij was de hele dag onderweg.
Lucas en anderen kochten oude broodjes voor 2 cent per stuk. Deze werden dan weer opgewarmd op de zwarte plaat van de huishoudkachel. Ze voelden dan weer vers aan.
Dit was een lekkernij. 
 
De winkel is in de loop van de jaren verschillende keren verbouwd. Er is zelfs een broodautomaat geweest.
De broden etc. die in de winkel worden verkocht, worden van elders aangevoerd.
 
Bronnen: Hisgis, Kadaster, Delpher, Drachtster Courant, speciekohieren 1748 t/m 1805, bevolkingsregister,
Proclamaties via Jan Post, Boek : "Bedrijvig Beetsterzwaag", eigen verzameling o.a. foto van grafsteen met standerdmolen, kopie winkel via A. Sybinga,
Molens in Opsterland v. E. Huisman en G. Popma, Twee Opsterlandse molenaarszerken 1949 L.C ondertekend met LECTOR, medewerking van Sj. De Boer. "Fan ús Folk" Lukas van Dijk, fotoboek K. v.d. Vegt, Drachten
 
Thom Vellinga  "Mei de Sweach op de rêch ".
 
 
 
 
5-Albertus van Harinxma thoe Slooten( 1836 - 1881)
 
Op de foto het derde huis van links.
 
In 1832  is tot grietman van Smallingerland benoemd baron M.P.D. van Harinxma thoe Slooten, 2e luitenant bij het bataljon der 2e afdeling Vriesche schutterij.
Bij de inhuldiging werd de nieuwe grietman door de gehele raad met koetsen afgehaald bij de grens van de grietenij.
Het eerste onderkomen van Maurits Pico Diederik was een woning in Drachten, vlak bij de hoofdbrug aan de Noordkade . Op de foto het derde huis van links.
In december 1835 trad hij in het huwelijk met freule Clara van Eijsinga dochter van Binnert Philip van Eysinga en Eritia Ena Romelia van Lynden die in het Eysingahuis te Beetsterzwaag woonden.
In de woning in Drachten is in 1836 de oudste zoon Albertus geboren.
In 1837 vertrok het gezin naar Drachten Zuid waar een nieuwe woning was gesticht.
 
Toen werd deze HEEREN HUIZINGE verkocht. Hij was  voorzien van twee groote behangen Voorkamers , eene Tuinkamer , Linnen- en Turfzolder, benevens een daar achter gelegen en aanzienlijken Tuin ,met Boomen en Plantaadje cum annexis, staande en gelegen op het aangenaamst van den dorpe Dragten aan den Noordkant van de Vaart te zamen groot 15 Nederlandsche v. roede en 55 v. el, thans bewoond door den Hoog Wel Geboren Heer Baron van Harinxma thoe Slooten, en op den 12 mei 1837 vrij te aanvaarden.-
Op deze Huizinge was slechts geboden f 2905,-
De woning werd verkocht door notaris J.G. van Blom die in het linker huis woonde.
 
De nieuwe woning in Drachten Zuid stond  tegenover de plek waar veel later de Lawei is gebouwd.
Hier zijn geboren: Binnert Philip in 1839 en Rijnhard in 1841.
 
 
De grietman trok zich gaandeweg terug uit het onderhouden van sociale contacten met de bevolking.
Dit heeft er toe geleid dat hij geen grip had op verschillende  situaties. Zo kon het verbod van klokluiden op het Zuider kerkhof , een traditie van de bevolking, leiden tot een opstand.
De grietman ervoer oploop, oproer en ongeregeldheden als hoogst onaangenaam en prefereerde het beheer van zijn grootgrondbezit boven de post van grietman. Hij vroeg op 15 maart 1842 bij de gouverneur om twee maanden verlof.
In samenspraak met de gouverneur bleef hij nog enkele weken aan.
 
Intussen waren zijn  vrouw en kinderen elders ondergebracht. Hijzelf bleef in de woning achter. Maurits van Harinxma voelde er niets voor, ook nu de rust is weer gekeerd was, om zich hier langer alléén op te houden. Hij diende zijn ontslag in en voegde zich bij vrouw en kinderen.
 
In de  Nederlandsche Staatscourant  van 24 juni 1842 volgde  de hr. M. Manger Cats de op zijn eigen verzoek eervol ontslagen Hr. M. P. D. baron van Harinxma thoe Slooten op.
 
Het nieuwe Heerenhuis werd  afgebroken, om in Beetsterzwaag weer opgebouwd te worden.
Een grotendeels vergraven waterpartij wees de plek aan , waar 't gesloopte huis van de grietman stond.
Deze waterpartij was op de kadastrale kaart niet te vinden.
In december 1843 heeft men van het kadaster
opmetingen gedaan, nadat het slot was afgebroken.(zie kadasterkaart)
 
In  1847 was al het weekhout op het slotsteed te Drachten afkomstig van baron Van Harinxma  te koop.
 
 
Op 27 januari 1843 ingekomen van Drachten Maurits Pico Diederik van Harinxma en Clara Feyona van Eisinga
In Beetsterzwaag is de laatste van de vier zoons,  Johan Sippo, in 1848 in geboren.
Kadaster 1842   Harinxma State. Ernaast de boerderij die in 1877 is afgebroken.
 
ALBERTUS VAN HARINXMA THOE SLOOTEN
Albertus van Harinxma thoe Slooten, groeide met zijn broers  op op  de State te Beetsterzwaag.
Nieuw Amsterdamsche handels en effectenblad 19 - 03- 1862
 
 
 
 
 
Hij trouwde met zijn uit Mannheim  afkomstige vrouw Carolina Amalia von Clermont .  Het echtpaar stond  in 1864 op Harinxma State ingeschreven.
In 1865 verhuisde het naar het Eysingahuis. De kinderen van het echtpaar Clara Feyona( 1862)  en Johanna Maria
( 1863) en de zuster van Carolina , Maria von Clermont stonden hier wel vermeld.
 
Maria von Clermont ( 24 - 12 - 1845) Karlsruhe ( 26 - 01 - 1926) Cleve .De grafsteen ligt op het kerkhof te Bakkeveen.
 
Een nieuwe buitenplaats, voor het gezin gesticht in Olterterp, werd in mei 1869 betrokken.
Op het perceel naast deze nieuwbouw stond een herberg. Hier had Cornelis Adrianus van Schaik, opzichter bij de bouw van Lauswolt van eind februari tot begin mei 1868 zijn onderkomen gehad. Toen de herberg werd afgebroken, ging hij naar de herberg van de familie Vrijburg in Beetsterzwaag ( nu tandarts IKE) Leeuwarder Courant 06 - 12 - 1867
 
De bewoners , reizigers en dagjesmensen konden nu terecht aan de overkant van de straat. Hier stond het "Witte Huis"tegen de straatweg.  Dit gebouw werd uitgebreid met een koepel.
In  maart 1868 komt in de boeken van Bosgra "De Iepenhof"te Bergum een bestelling voor, voor van Harinxma met erbij vermeld:
door Vlaskamp. De bestelling bestaat  uit aspergeplanten, vruchtbomen: appel, - peren, pruimen,  leider perzik , 1 beste treur beuk, 1 rode clematis, Thuja's, 1 witte en een blauwe sering,1 sneeuwbal, 1 gelderse roos enz.
Advertentie februari 1869 Drachtster Courant .
Er werd in deze maand door de Heeren van Harinxma thoe Slooten ook uitbesteed het vervoer van mestspecie, vanaf de Olterterper vaart naar het land ,afkomstig van de heer Sijtzama, gelegen onder Drachten.
 
De koning zou in 1872 een bezoek brengen aan deze regio. Het  déjeuner zou zijn bij burgemeester dr. Lunsingh Tonckens in Beetsterzwaag.
Ook was er in het dorp een Boschfeest  gepland.
In Drachten speelde boekhandelaar Plantinus er op in.
Bij hem  konden  medailles worden besteld, geslagen ter herinnering aan het bezoek van Z.M. Willem III , zilver f 4,00, brons f 1,00 en verzilverd metaal
f 0,50 . In dat dorp waren tevens te krijgen nationale en Oranjevlaggen en wimpels alsmede gepaste versieringen.
Maar de koning kwam niet. Hij stelde het bezoek uit tot 1873 toen Albertus van Harinxma  als opvolgend burgemeester was benoemd.
 
                  
De tijd 02-05-1873                                                  L.C.17-06-1873
1876 Bij de boedelscheiding van de familie Boelens - Sandberg staat dat de  woning, benevens andere eigendommen en het jachtrecht op de gronden te Olterterp tot 1898 in gebruik zijn bij de HoogWelgeboren Heer Albertus Baron van Harinxma thoe Slooten
 
 
Hieronder volgen enkele delen uit krantenartikelen van de hand van J.H. v.d. Zee, wiens grootvader tuinman was op Harinxma State.
  
Landhuis van burgermeester met links de kerk.            
Het volgende gaat over Albertus baron van Harinxma thoe Slooten, ook wel "meneer Albert"genoemd . De schrijver was er als jongen op uit getrokken om een korf met eikels te vullen op het grondgebied van de baron. Er lagen weinig eikels op de grond. Dus pakte hij een knuppel en gooide deze in de boom. De eikels vielen bij bosjes op de grond. De werkzaamheden hadden hem volledig in beslag genomen. Hij had niet gemerkt, dat er iemand het bospad af kwam. Hij stond plots voor de forse gestalte van de burgemeester.
Z.E. Achtbare had de gewoonte als hij goed gehumeurd was, tijdens zijn wandeling te neuriën. Jan had niets gehoord en had van schrik de knuppel laten vallen. Streng waren de ogen op hem gericht. De baron zei: "Mag dat wel, Jan? Petje in de hand, ogen naar de grond en met nauwelijks hoorbare stem: "Nee mijnheer". "Zo, en waarom doe je het dan?" Hier kwam geen antwoord op, omdat het moeilijk is met volzinnen iets duidelijk te maken, wat toch wel duidelijk was.  De burgemeester pakte met beide handen de oren van de mand en wipte de inhoud in een droge sloot.
Hierna vervolgde de burgemeester al neuriënd zijn weg, zonder om te kijken.
 
 
Info: via G. v.d. Veer Drachten,
Delpher, Drachtster Courant,
Tresoar: boeken van Bosgra "De Iepenhof, Bergum,       Kadaster,
Gedenkboek: "Friesch Rundvee Stamboek".
Foto kerk uit nalatenschap van boekhandelaar, winkelier, fotograaf B. E. Maat te Beetsterzwaag.
Thom vellinga