[Contact.Links.info.] [Zoek op Site.] [De Slowpaper.]

Home-page

Zoek op Site.

Beetsterzwaag.toen.

Lanterfanten.lezen.

Beetsterzwaag.nu.

De Slowpaper.

 
_________________________!
Landgoederen van Beetsterzwaag en Olterterp.
 
 
Inhoud
1-Groene parels aan een blauw snoer.
2-Artikel landgoederen in Sa.
3-Landgoeddagen Olterterp.
4-Huishoudboekje van een landgoed.
5-Toekomst landgoederen Beetsterzwaag en Olterterp.(nov 2017)
 
 
 
1-Groene parels aan een blauw snoer.
 
 
Persbericht van Vereniging de Opsterlandse Groene Parels (OGP)
Vereniging ter behartiging van de belangen van bos, natuur en landschap rond Beetsterzwaag.
P E R S B E R I C H T
15 september 2011
5e informatieavond van de boseigenaren
thema:
De groene geschiedenis van het landgoederenlandschap van
Beetsterzwaag en Olterterp
Op 27 september organiseert de Vereniging de Opsterlandse Groene Parels de 5e
voorlichtingsavond van de boseigenaren van Beetsterzwaag en omgeving.
Centraal staat het historisch onderzoek naar het landschap van Beetsterzwaag en Olterterp.
Belangstellenden die geďnteresseerd zijn in de groene geschiedenis van de landgoederen zijn ‘s
avonds welkom in de Buorskip in Beetsterzwaag. De bijeenkomst start om 19.30 uur, ontvangst
met koffie vanaf 19.00 uur.
In opdracht van vereniging de Opsterlandse Groene Parels heeft Stichting in Arcadië,
kenniscentrum voor groen erfgoed te Amersfoort, het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de
“groene geschiedenis” van het landgoederenlandschap van Beetsterzwaag & Olterterp. Het
onderzoek is nagenoeg afgerond en via deze voorlichtingsavond willen wij u graag op de hoogte
brengen van de bevindingen. Op deze avond zal een presentatie gegeven worden door
landschapsarchitect P. Verhoeff van Stichting in Arcadië, daarbij zullen de volgende punten aan
de orde komen:
· Hoeveel landgoederen er rondom Beetsterzwaag zijn geweest
· Eerste aanleg en de ontwikkeling van de landgoederen door de eeuwen heen
· Korte beschrijving van elke individuele buitenplaats
· Het huidige landschap en hoe bijzonder dat is.
Dit project is tot stand gekomen door een financiële bijdrage van: Provincie Fryslân,
Stimuleringsfonds voor Architectuur regeling Belvedere, Gemeente Opsterland, Amvest,
Vereniging It Fryske Gea, de Golf- en Countryclub Lauswolt en de Cornelia-Stichting.
Einde persbericht
Informatie
Yolt IJzerman, secretaris Vereniging de Opsterlandse Groene Parels
06-53766999 of y.ijzerman@staatsbosbeheer.nl
Gerald Kragt, projectleider Bosgroep Noord-Oost Nederland
06-46340930 of g.kragt@bosgroepen.nl
 
 
Rondom Beetsterzwaag  ligt een uniek landschap met:
. Uitgestrekte bossen.
. Landgoederen met de bijbehorende cultuurhistorie.
. Heiden, vennen en veentjes en dan met name de Lippenhuisterheide.
. Natte hooilanden (schraalgraslanden) of wel de Hemrikkerscharren.
. Belangrijke gebieden voor weidevogels als :Polder de Dulf, Van Oordt's Mersken,de Zomerpolder en Rome.
. Het (kleinschalige) agrarische cultuurlandschap.
 
 
De blauwe snoer van het gebied is het Koningsdiep,in het Fries ook wel Boarn, Alddjip of Keningsdjip genoemd.
Het is één van de mooiste beekdalen van Nederland.
Rond Beetsterzwaag vind je buitenplaatsen en landgoederen met uitgestrekte bossen en indrukwekkende beukenlanen.
Moerassige hooilanden en grote stukken heide als overblijfsel van het vroegere heidelandschap.
Na de omgeving van Appelscha is de omgeving van Beetsterzwaag het grootste bosgebied vanFriesland.
Bijzonder aan het gebied is dat het grootste deel in eigendom is van particuliere eigenaren.
Daardoor hebben de terreinen hun eigen kenmerken behouden.
 
 
 
 
2-landgoederen.
www.sa24.nl. november2014.
 
De eigenaren van de landgoederen hebben de kosten, de recreanten en lokale ondernemers plukken de vruchten. Dat is geen basis voor een gezonde toekomst voor de landgoederen rond Beetsterzwaag. Een zoektocht naar een andere landschapseconomie moet de oplossing bieden.
 
 
Het unieke landgoederenlandschap en de bossen rond Beetsterzwaag zijn populair bij wandelaars, fietsers, ruiters en hardlopers. Die bezoekers realiseren zich meestal niet dat bijna al dat natuurschoon particulier eigendom is. Voor de toekomst van de landgoederen zit daar de kneep. De grootgrondbezitters hebben forse onderhoudskosten, die met het ouder worden van het landgoed alleen maar stijgen. Om onveilige situaties voor recreanten te voorkomen is extra toezicht en onderhoud nodig. Subsidies zijn volgens de eigenaren niet voldoende om die kosten te dekken. Bovendien plukken de eigenaren niet de economische vruchten van al die bezoekers. Daar spinnen vooral de horeca en de lokale middenstand garen bij.
 
Dat moet de komende jaren veranderen met het project ‘Landgoedmodel Beetsterzwaag’, een zoektocht van twee jaar naar een nieuw verdienmodel. Landgoedeigenaren, bewoners, ondernemers en overheden kijken samen hoe ze landgoederen belangrijk kunnen maken in de lokale economie. “Daar liggen veel kansen,” stelt Rino Jans van de Bosgroep, uitvoerder van het project. “De oplossingen voor problemen waar landgoederen mee kampen, liggen bovendien vaak buiten het landgoed zelf.”
 
Niet zonder elkaar
Wethouder Piet van Dijk van de gemeente Opsterland is enthousiast over de gedachte achter het project. “Beetsterzwaag kan niet zonder de landgoederen, maar de landgoederen ook steeds minder zonder Beetsterzwaag. Nieuwe initiatieven moeten leiden tot extra economische activiteiten in het gebied. Een deel van de opbrengsten daarvan kun je dan weer investeren in de landgoederen.” Beetsterzwaag speelt volgens de wethouder daarmee in op een landelijke ontwikkeling. Er komen steeds meer ouderen die vooral graag in de eigen omgeving willen recreëren. “Het is aan organisaties om die verbinding tot stand te brengen. De geschiedenis van Opsterland kent veel gezichten. Het verschil van vroeger is de kracht van nu. Daar moet je mensen van overtuigen.”
 
Landgoederen zijn veel meer dan mooie natuur, stellen de initiatiefnemers. De cultuurhistorische waarden maken het gebied rond Beetsterzwaag uniek voor Fryslân, alleen wordt dat nog onvoldoende uitgedragen. Het is op een landgoed vooral zoeken naar een goede balans tussen landschap, cultuur, ecologie en economie.
 
Voorbeeld Gelderland
Een partnerschap tussen landgoedeigenaren en omgeving is niet nieuw. In de provincie Gelderland hebben ze daar al volop ervaring mee. Aanleiding voor de bij de Sweachster plannen betrokken partijen om afgelopen vrijdag op inspiratiereis naar Gelderland te gaan. Gedeputeerde Annemieke Traag hield de Friese delegatie voor dat landgoederen sterk medebepalend zijn voor de identiteit van de regio. “Bovendien toont onderzoek hier aan dat het loont om de landgoederen in stand te houden.”
 
Mooi voorbeeld is het bekende Landgoed Middachten in De Steeg. Dit 800 jaar oude landgoed, altijd in de familie vererfd, is volop in bedrijf. “Een beheer als een museum is de dood in de pot”, vindt rentmeester Age Fennema. Duurzame instandhouding van een landgoed vraagt volgens de rentmeester meer dan alleen restaureren, maar vooral ook dat je kennis overdraagt, transparant bent en contact zoekt met de omgeving. Middachten heeft een tuin van zes hectare, aangevuld met een park van twintig hectare. Beide vragen veel onderhoud. Twee vaste tuinmannen krijgen daarbij ondersteuning van mensen uit de sociale werkvoorziening. Zij verrichten veel klussen die anders blijven liggen vanwege te hoge kosten of te weinig tijd. Ook studenten van groenopleidingen uit de buurt zijn volop betrokken bij het onderhoud van tuin en park.
 
Middachten trekt met evenementen jaarlijks circa 25.000 betalende bezoekers. Voor de evenementen zijn circa 110 vrijwilligers beschikbaar. Fennema: “Een open dag over faunabeheer trok bijvoorbeeld 1.200 bezoekers. Zij kregen uitleg over nut en noodzaak van jagen. Datzelfde doen we met uitleg over bosbouw. Deze transparantie draagt bij aan draagvlak voor wat je doet.” Erfgoedzorg moet er op deze manier toe leiden dat landgoederen ook emotioneel eigendom van de omgeving zijn.
 
Landelijke pilot
Het project Landgoedmodel Beetsterzwaag is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aangewezen als landelijke pilot. Het proces moet als voorbeeld dienen voor andere regio’s in het land. De kosten van het project, circa 300.000 euro, worden betaald door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provinsje Fryslân, de Stichting Beetsterzwaag Natuurlijk Genieten en de vereniging van landgoedeigenaren.
 
Groene Parels
De meeste grootgrondbezitters rond Beetsterzwaag hebben zich verenigd in De Opsterlandse Groene Parels. Leden zijn: Verzekeraar ASR, Golf & Countryclub Lauswolt, de familie Van Harinxma, de Cornelia-Stichting, de Van Teyens Fundatie en It Fryske Gea. Sinds zij in 2008 een visie over het gebied publiceerden, zijn er onder andere al lanen en parkstructuren hersteld.
 
Natuurlijk Genieten
De Stichting Beetsterzwaag Natuurlijk Genieten bestaat uit ongeveer honderd vrijwilligers. Zij organiseren evenementen op en rondom de landgoederen vanuit de gedachte dat de groene en cultuurhistorische omgeving bepalend is voor de aantrekkingskracht van het dorp. Bestuurslid Frank van den Haak: “Wij werken aan draagvlak en overleggen met de de verschillende landgoedeigenaren over evenementen. Een wandelroutenetwerk ligt klaar voor uitvoering, maar wacht op realisatie van parkeerterreinen. Onder de ondernemers van Beetsterzwaag is voldoende missiewerk te verrichten om hen in te laten zien dat zij van deze ontwikkelingen kunnen profiteren. Maar dat geldt ook voor de gemeente Opsterland. ”
 
 
 
 
 
 
 
 
 
3-Landgoeddagen Olterterp
 
Zaterdag en zondag 29 en 30 augustus opent Landgoed Olterterp haar deuren. Deze eerste “Landgoeddag” van de 7 bossen van Beetsterzwaag biedt een zeer gevarieerd programma van cultuur, historie en natuur. In Olterterp, vlakbij Beetsterzwaag.
 
Tijdstip: overdag en 's avonds.
 
Locatie: in Olterterp o.a.: Restaurant Het Witte Huis, St. Hippolytuskerk, Huize Olterterp, Landgoed Olterterp-Lauswolt.
 
 
 
4-Huishoudboekje van een landgoed.
Het landgoedlandschap rond Beetsterzwaag is een cultuurhistorische parel. Maar wie zorgt ervoor dat die blijft blinken?
 
Yolt IJzerman zit op een dwaalspoor, zo lijkt het. Met één hand duwt hij de takken voor zich opzij. In zijn andere knuist houdt hij de lijn vast, waaraan hond Jaco vastzit. Zo nu en dan moet de man van Staatsbosbeheer inhouden. Dan zit Jaco's touw weer verstrikt in het sprokkelhout.
Aan het eind van een dichtgegroeid naaldbomenperceel kijkt IJzerman even om zich heen om zich te oriënteren. ,,Dáár'', wijst hij. Aan de overkant van een brede, drooggevallen sloot, staan ze: de Twaalf Apostelen. Een in een cirkel aangeplant 'boeket' van vette beuken.
 
ATTRACTIE
Ooit, toen het gebied rond Huize Olterterp (1793) op voorspraak van grietman Ambrosius van Boelens als chic park werd ingericht, waren de Apostelen met z'n twaalven. De beuken waren een attractie. Dagjesmensen kerfden hun initialen in de bast en lieten zich er later in groten getale bij fotograferen.
Nu zijn de vermaarde woudreuzen illustratief voor het sluimerende verval van het voor de omgeving van Beetsterzwaag en Olterterp zo kenmerkende landgoederenlandschap. Van het dozijn beuken zijn er nog maar vijf over, onttrokken aan het zicht en schier onbereikbaar. Afgelopen winter sneuvelden er opnieuw twee.
 
Maar het tij keert.
De voorbije jaren maakte de Bosgroep Noordoost, dat het gebied namens de verschillende eigenaren beheert, werk van herstel van cultuurhistorisch waardevolle elementen. Oude lanen werden opgeknapt of zelfs volledig herplant. Exoten als de alom vertegenwoordigde prunus moesten het ontgelden. En binnenkort beginnen werklui met het uitbaggeren van enkele stokoude dichtgroeiende vijverpartijen.
Natuurlijk pleegden boseigenaren eerder ook wel onderhoud, zegt IJzerman, bestuurslid van de Vereniging Opsterlandse Groene Parels, waarin zij zich hebben gebundeld. Maar ze waren er niet allemaal voldoende van doordrongen dat ze met hun landgoederen ,,goud in handen'' hebben. ,,Nu is dat bewustzijn er wel.''
Van de twaalf zijn er nu nog vijf...
 
WEL LASTEN, GEEN LUSTEN
De lommerrijke landgoederen lokken jaarlijks immers duizenden dagjesmensen en andere recreanten naar de streek. Prachtig, vinden IJzerman en de zijnen. Maar die onbekommerde natuurgenieters leggen tegelijkertijd een probleem bloot.
Want zij legen wel hun beurzen bij de plaatselijke winkeltjes, musea, en horecagelegenheden. Maar de bosbezitters zelf profiteren daar niet of nauwelijks van mee. Zij hebben wel de lasten, maar niet de lusten. Het herstel en de instandhouding van de cultuurhistorische groeibriljanten komt daarmee in het gedrang.
Voor het onderhoud van de 1500 tot 2000 hectare aan natuur is jaarlijks 50.000 tot 100.000 euro nodig, schat IJzerman. En bij de eigenaren - vooral particulieren, stichtingen en natuurorganisaties - mag misschien vermogen zitten, ,,maar dat is dood geld'', stelt het bestuurslid. ,,Dat zit vooral in de terreinen.''
Vorig jaar wees de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed de zeven Sweachster landgoederen aan als proeftuin voor een zoektocht naar nieuw economisch model. De boseigenaren gaan met hulp van stichting Beetsterzwaag Natuurlijk Genieten proberen de landgoederen te gelde te maken of op een andere manier in het onderhoud te voorzien.
Geen eenvoudige opgave, erkent IJzerman. Want allereerst moet ,,de maatschappij'' ervan worden doordrongen dat het bewaken van de groene trekpleisters niet langer alleen het pakkie-an van de eigenaren kan zijn. Dat iedereen er baat bij heeft als de adellijke landgoederen in volle glorie blijven bestaan, bijvoorbeeld omdat dit samenhangt met de attractiviteit van het gebied en daarmee met de waarde van het onroerend goed.
 
EVENEMENTEN
Met een reeks evenementen willen de partijen eerst de betrokkenheid van de bosbezoekers bij de problematiek daaromheen vergroten. Zo is er eind deze maand, op 29 en 30 augustus een Landgoeddag in Olterterp, met bijvoorbeeld excursies, demonstraties kettingzaagkunst, een picknick, muziek en een lezing.
Daarnaast werken de initiatiefnemers aan een ,,huishoudboekje van een landgoed'', zegt IJzerman. Dat moet voor buitenstaanders inzicht bieden in de inkomsten en uitgaven van een landgoed. Simpelweg de hand ophouden is zinloos, vindt IJzerman. ,,Als je een bijdrage vraagt voor instandhouding van het landschap, moet je eerst signaleren dat er een probleem is.''
De Landgoeddag is gratis. En ook ideeën voor een fair of eventuele andere activiteiten in het bos zullen misschien niet meteen enorme bedragen opleveren. ,,Maar misschien beweeg je overheden daarmee wel om ook een extra steentje bij te dragen.''
 
ENTREE
Vormt de zoektocht naar een verdienmodel niet de opmaat naar het heffen van entree voor een bosbezoekje? Dat je bij een kassa aan de bosrand eerst een kaartje koopt? Nooit, bezweert IJzerman. Allereerst zijn er praktische bezwaren: het landgoederengebied is daarvoor veel te versnipperd.
Daarnaast schrijven afspraken met subsidieverstrekkers voor dat het gebied beslist open moet blijven. Maar het allerbelangrijkste is nog dat eigenaren zelf helemaal niets voelen voor entreeheffing. ,,Zij realiseren zich dat hun land deel uitmaakt van de maatschappij. En als je wilt dat mensen daar nauwer bij betrokken raken, moet je geen extra hekken optrekken.''
De resterende Apostelen laten zich dus ook in de toekomst gratis fotograferen. Althans, voor wie ze weet te vinden.
 
Artikelinformatie.
20 augustus 2015 06:31 lc
TEKST WIEBEREN ELVERDINK
 
 
 
De "nieuwe" 12 Apostelen.
5-Toekomst landgoederen Beetsterzwaag en Olterterp.(nov 2017)
Een nieuw verdienmodel om de landgoederen in Beetsterzwaag en Olterterp in stand te houden is er nog niet. Maar het project 'de 7 bossen van Beetsterzwaag' heeft veel opgeleverd: bewustwording van het probleem, landgoedeigenaren die samenwerken, betrokkenheid van overheden en nieuwe paden en routes.
Een betere verdeling van de lusten en de lasten. Dat was drie jaar geleden in het kort de doelstelling bij de start van het project 'de 7 bossen van Beetsterzwaag'. De particuliere landgoedeigenaren draaien op voor de lasten van het onderhoud, terwijl anderen er de lusten van hebben. Bewoners en toeristen genieten al wandelend en fietsend van de omgeving, lokale (horeca-)ondernemers plukken de economische vruchten. Dat is op de lange termijn niet houdbaar, was de boodschap. Er moet een nieuw verdienmodel komen.
Afgelopen vrijdag is het project met een symposium afgesloten. Het nieuwe verdienmodel is er nog niet. Daarvoor was drie jaar te kort. Projectleider Age Fennema: "We zijn eigenlijk zonder voldoende voorbereiding begonnen. De landgoedeigenaren zijn een bont gezelschap met verschillende belangen en verschillende visies. Het was lang zoeken naar gedeelde belangen. Het kostte veel tijd om met elkaar te bepalen wat we eigenlijk wilden." Toch ziet Fennema vooral het halfvolle glas. "Er is best veel bereikt om mee verder te gaan."
Onderhoud
Op de landgoederen zijn veel landschapselementen gerestaureerd, er is veel achterstallig onderhoud weggewerkt, er zijn nieuwe routes aangelegd en betere faciliteiten voor de bezoekers gerealiseerd. Alles is vooral betaald met incidentele subsidie. Maar daar ben je er niet mee, onderstreepte Luuk Geerts, rentmeester van het a.s.r.-landgoed Olterterp-Lauswolt. Anderhalf jaar geleden is er bijvoorbeeld nabij Het Witte Huis in Olterterp een groot parkeerterrein aangelegd. Een recente foto laat scheefgezakte paaltjes en grote, met regenwater gevulde gaten in de verharding zien. Kortom: na anderhalf jaar is er alweer onderhoud nodig. Daarmee komt direct probleem twee op tafel: wie gaat dat betalen? Het hoort volgens Geerts bij de dagelijkse dilemma's van een rentmeester. Een ander voorbeeld. De grote en kleine vijver in het gebied achter Het Witte Huis zijn helemaal opgeschoond en uitgediept. De eerste verlanding van de vijvers is nu al weer zichtbaar. Landschapsarchitect Berno Strootman: "Het gaat hier niet om natuur maar om cultuurlandschap, een combinatie van natuur en cultuur. Trekken de mensen de handen ervan af, dan neemt de natuur razendsnel weer de overhand."
Er zijn grenzen
De eigenaren willen de landgoederen maar wat graag openstellen voor publiek. Dat past bij hun doelstellingen, maar is vaak ook een verplichting voor het ontvangen van overheidssubsidies. Bij openstelling komt echter veel kijken. Laat je bezoekers toe, dan moet je wel zorgen dat de paden en alles wat daarbij hoort goed zijn onderhouden. Leidt slecht onderhoud namelijk tot ongelukken van wandelaars of fietsers, dan zijn de eigenaren aansprakelijk. "Je wilt verbindingen leggen", aldus oud-minister Wim Deetman, nu voorzitter van de Cornelia-Stichting. "Maar dat levert continu dilemma's op. Wat kan wel, wat kan niet." Freddy d'Ansembourg van landgoed Harinxma State gaat nog een stapje verder. "De mens is de grootste vijand van de natuur. De natuurwaarden in sommige delen van het landgoed kunnen we alleen maar overeind houden door geen bezoekers toe te laten. Recreatieve druk is een van de oorzaken van het teruglopen van biodiversiteit. Er zijn grenzen."
Onderzoekers berekenden dat het onderhoud dat nodig is voor de openstelling voor publiek de landgoedeigenaren jaarlijks 150.000 euro kost. Daar staat slechts 30.000 euro subsidie tegenover. De resterende 120.000 euro betalen de eigenaren uit eigen zak.
Blik op overheid
Bij de zoektocht naar extra geld voor het in stand houden van de landgoederen zijn de ogen voor een belangrijk deel ook gericht op de gemeente Opsterland en de provincie Fryslân. Onderzoeker Frans Sijtsma van de Rijksuniversiteit Groningen becijferde dat daar voldoende reden toe is. Uit zijn onderzoek blijkt dat de waarde van de 28.000 woningen in een straal van 7 kilometer rond de landgoederen, dankzij de fraaie omgeving 211 miljoen euro extra waard zijn. Dat brengt de gemeente Opsterland en Smallingerland samen jaarlijks 300.000 euro extra aan OZB in het laadje. De landgoederen zorgen volgens Sijtsma in vergelijking met vergelijkbare dorpen bovendien voor 2,5 keer zoveel banen in horeca, logies en winkels. De landgoedeigenaren kunnen hun pijlen ook richten op de provincie Fryslân, de verdeler van de natuursubsidies. Sijtsma concludeert dat 125 hectare van de landgoederen valt onder de parkachtige landschappen, terwijl ze nu als bos op papier staan. Dat scheelt jaarlijks 110.000 euro subsidie.
Maarten Ruys, voorzitter van de Vereniging De Opsterlandse Groene Parels, benadrukte direct dat de landgoedeigenaren zeker niet de indruk willen wekken dat ze alleen de hand op willen houden. Hulp van de overheden is ook op andere terreinen welkom. Daarbij wordt veel verwacht van de mogelijkheden in de nieuwe Omgevingswet. Wim Deetman (Cornelia-Stichting) vindt het een heel goed signaal dat Opsterland de landgoederen heeft opgenomen in haar Omgevingsvisie. "Dat is een erkenning van het belang van de landgoederen. Dat moeten we samen oppakken."
Projectleider Age Fennema concludeert dat Opsterland hierdoor nu ook mede-eigenaar van het probleem is geworden. Wethouder Anko Postma ziet ook kansen in de nieuwe Omgevingswet. "Dan kunnen we af van wat niet mag en niet kan en kunnen we veel meer kijken naar kansen. Ik zou zeggen: nuchter nadenken en schouders eronder." Postma geeft ook direct een waarschuwing. "Ondernemerschap is heel belangrijk in het vervolg. Ondernemers die baat hebben bij de landgoederen moeten ook hun motivatie laten zien om kansen te pakken. Ieder op zijn eigen manier."
Sommige landgoedeigenaren willen ook onderzoeken of het mogelijk en goed inpasbaar is op de landgoederen te bouwen. Ook daar kunnen inkomsten uit gehaald worden. Luuk Geerts (a.s.r.): "Het gaat dan niet om het bouwen van dure woonvilla's, maar bebouwing met een maatschappelijke functie zoals een schaapskooi of zorglandgoed. Regelgeving staat deze oplossingen nu nog in de weg, maar de nieuwe Omgevingswet kan daar verandering in brengen." Concrete plannen heeft Geerts nog niet.
Bewustwording
Misschien nog wel de belangrijkste winst van het project is de bewustwording van het unieke van het landgoederenlandschap. Dat begint bij het gegroeide besef van de landgoedeigenaren dat er veel winst is te halen uit samenwerking. Onder andere door de jaarlijkse Landgoeddag beseffen ook steeds meer wandelaars en fietsers dat ze voor hun ontspanning gebruikmaken van particulier grondgebied. Ook de beide dorpen Beetsterzwaag en Olterterp tonen steeds meer betrokkenheid. Een fikse groep vrijwilligers helpt bijvoorbeeld bij het onderhoud van paden. Projectleider Fennema waarschuwt er wel voor dat je niet te veel kunt bouwen op een vrijwilligersorganisatie. "Het is gebleken dat je daardoor ook kwetsbaar bent."
Toekomstperspectief
Landschapsarchitect Berno Strootman krijgt, voortbordurend op de ontwikkelingsvisie 'Parels in een groen frame' uit 2012, opdracht een toekomstperspectief voor het parklandschap te ontwikkelen, in samenwerking met de eigenaren, overheden en de burgers. Herstel van oude lanen en structuren in het landschap rond Beetsterzwaag en Olterterp vormen volgens Strootman de basis. "Die oude lijnen zijn nu niet altijd goed zichtbaar." Mooi voorbeeld is het eeuwenoude Kerkepad dat helemaal is opgeknipt in stukken. Een gedeelte is een pad door het land, een ander gedeelte is een beklinkerde straat in het dorp. "Dat dit bij elkaar hoort, herken je alleen maar met een kaart in de hand." Zo zijn er nog veel meer elementen die de historische kwaliteit van het parklandschap veel beter beleefbaar kunnen maken. "Bovendien genieten wandelaars en fietsers vooral van de variatie in bos en open ruimten die zo kenmerkend zijn voor de landgoederen. Per landgoed gaan we kijken hoe we dat kunnen versterken." Strootman schat dat het herstel en de kwaliteitsverbetering van het landgoederenlandschap tien tot vijftien miljoen euro kost. "We moeten goed kijken welk deel de eigenaren hiervan zelf op kunnen brengen." Strootman wil ook de mogelijkheden bestuderen voor nieuwe attracties die passen bij de landgoederen en die extra toeristen kunnen trekken. "In het verleden stond Beetsterzwaag daarom bekend."
 
De 7 bossen van Beetsterzwaag.
Doel van het project 'de 7 bossen van Beetsterzwaag' is het ontwikkelen van een 'verdienmodel' om het landgoederenlandschap rondom Beetsterzwaag voor de toekomst te behouden. De ervaringen en uitkomsten van dit drie jaar durende project dienen als voorbeeld voor andere particuliere landgoederen in Nederland, die met soortgelijke vragen zitten. Wat voor mogelijkheden hebben particuliere eigenaren om het onderhoud en de restauratie van dit arbeidsintensieve monumentale groen te bekostigen? Hoe kunnen zij deze problematiek onder de aandacht brengen van de lokale en regionale bevolking, en van de ondernemers en overheden die van de aanwezigheid en toegankelijkheid van dit bosrijke landschap profiteren?
Het project is financieel mogelijk gemaakt door de provincie Fryslân, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Van Teyens Fundatie en de eigenaren van de landgoederen, verenigd in De Opsterlandse Groene Parels. De eigenaren zijn: de familie van Harinxma thoe Slooten, a.s.r. verzekeringen, It Fryske Gea, de Stichting Van Teyens Fundatie, de Cornelia-Stichting, Golf & Countryclub Lauswolt, Staatsbosbeheer en de familie Van der Sluis.