[Contact.Links.info.] [Zoek op Site.] [De Slowpaper.]

Lanterfanten

Zoek op Site.

Beetsterzwaag.toen.

Lanterfanten.lezen.

Beetsterzwaag.nu.

De Slowpaper.

Disclaimer

Oude
wandelkaart weetjes.
 
wandelkaart 1899
 
Oude wandelkaart in 1899 uitgegeven door A.R.Bijlsma ( tweede druk rond 1907).
 
Deze wandelkaart uit 1899  ( P.D.F.  112 mb) is te verkrijgen door een verzoek per mail te sturen naar de@lanterfant.nl
 
Index
1-Festina Lente.
2-De Vossenclub.
3-Koeien ets.
4-Verklaring wandelkaart
5-Jaarringen tellen.
6-Burgemeesterswoning
7-Kerkepad Oost.
8-Oriëntaals museum van 1871- 1877
9-Kettingbrug
 
 
 
Festina Lente
1-Festina Lente.
Reinhard baron van Lynden liet een perceel grond in 'de Lyndenbosk' omspitten ( voor 40 cent per dag per persoon). Naar de mening van Reinhard  ging het te langzaam, zodat hij opmerkte : "Festina Lente! "(haast u langzaam). Bij oudere inwoners van Beetsterzwaag staat dit perceel nog bekend onder de naam 'de Feste Linde'
Op de oude wandelkaart staat de naam 'Festina Lente'
 
Bron: Lyndensteyn (jan H.C.Baselmans)
 
 
2-De Vossenclub
Een schilderij  van 60 x 80 cm ooit door mij geschilderd, het ging me meer om de lucht maar wat is er meer op te zien; een stel oud Sweachsters, allen leden van de vossenclub hier in Beetsterzwaag.
De voorste is Hendrik Postma ooit smid van de afgebroken smederij in de hoofdstraat bij Dieuwke, dan de Heer van Harinxsmastate  ‘d Assembourg, dan mijn vader Iebele van der Heide die de vos in zijn ene hand houdt de andere hand was helaas tijdens een illegaal jachtpartijtje in 1925 doorschoten. De laatste man is oene Dam de jachtopziener, die woonde destijds in het huis aan de Koefenne wat tegenwoordig de ‘Jachthutte heet.
Ook staat ons "Bijke" er nog op die als speurder diende, en die tevens een heel verwoed muddejager was.
R van der Heide  Beetsterzwaag
 
Ets uit 1886
 
 
Kerkje Olterterp
3-Koeien ets.
Op de ets uit 1886 staat vermeld.
Eglise d'Olterterp ( voy. p. 154 )- Dessin de Th.Weber, d'apres le journal hollandais.
 
De ets is gemaakt vanaf de efterwei (zie plattegrond) met zicht op de dorpskerk van Olterterp, deze dateert uit 1415 en is gebouwd van kloostermoppen. Bijzonder zijn de trapgevels. Het is de enige kerk in Friesland met trapgevels. Aanvankelijk was de kerk torenloos, maar in 1744 is tegen de westelijke gevel een spitse toren gebouwd, die blijkens de gevelsteen is geschonken door het echtpaar Van Boelens - Lycklama à Nijeholt. In de kerk bevinden zich vijf rouwborden van deze families en een aantal fraaie grafzerken.
 
wandelkaart 1899
4-Verklaring wandelkaart.
Verklaring der kleuren en teekens op de wandelkaart van 1899.
De ingeschreven afstanden zijn "minuten gaans" en gerekend vanaf de kerk te Beetsterzwaag tot de kerk of kom der genoemde Dorpen
 
 
 
 
5-Jaarringen tellen.
In 2019 is deze eikenboom omgezaagd( ziek).De stam heeft een doorsnede van 90 cm.Hij stond in het Lyndenbosch.
Mocht je willen achterhalen hoe oud hij was dan kun je proberen het aantal jaarringen te tellen. hier een grotere foto. Wie weet  wanneer deze eiken geplant zijn?
 
 
 
Nr10 =Burgemeesterswoning
 
 
6-Burgemeesterswoning
 
Op 13 juli 1899 stond deze advertentie in de Drachtster Courant.
 
 
 
Op deze wandelkaart ( nr 10 )staat de in 1896 gebouwde woning voor het gezin van familie Smijter.
Het was een verlaat huwelijksgeschenk van de vader van mevrouw Smijter Aafke Martha Boschloo , notarisdochter uit Heerenveen.
De grond was in erfpacht van de van Teyens Fundatie.
Burgemeester Arnold Gerhard Smijter was in 1889 in Opsterland benoemd.
Het gezin had op verschillende plekken in Olterterp en Beetsterzwag gewoond, voordat het zijn intrek nam in dit pand.
Toen burgemeester Smijter in 1913 overleed, kocht Coert Lambertus van Harinxma thoe Slooten( 1927†) uit Leeuwarden het huis.
Het was niet bestemd voor permanente bewoning. Huisbewaarsters zorgden voor de dagelijkse gang van zaken.
Dit huis bleef in bezit van de familie van Harinxma thoe Slooten. Omstreeks 1949 werden er twee woningen van gemaakt. Ik herinner me dat mevrouw van Wamel aan de westzijde heeft gewoond.
De laatste bewoners zijn de hr. en mevr. Loman geweest.
Sinds 2006 staat de woning leeg.
In de Sa van 4 juni 2015 spreekt Martine Mees zich uit over de verpauperde toestand van de woning.
In dat artikel wordt verwezen naar Trapezium Vastgoed BV in Oudeschoot,opgericht in 1996, dus precies 100 jaar na de bouw van de woning. Woordvoerder is Rein Baarsma.
Tekst en foto's Thom Vellinga.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kerkepad oost
7-Kerkepad Oost.
 
 
Deze niet meer bestaande boerderij aan Kerkepad Oost werd vóór 1753 bewoond door dorpsrechter Jacobus Sinnema, Opvolgers waren Geert Ybes, Lolke Johannes en diens zoon Johannes Lolkes. In 1829 was bewoner Benier Arends Offringa, na diens overlijden in 1830 zijn weduwe. Toen zij in 1839 naar Beets ( Oud Beets) verhuisde was tot 1859 de nieuwe huurder  Minne Johannes Minnema.
Boornbergum werd zijn nieuwe woonplaats. Om de opvolging compleet te maken kwamen daarna Gerrit Hendriks Vissia , Foppe Sjoerds Hemminga en  Abel Jans de Vries.
 
 
In 1886 is de grote schuur afgebroken.( zie Kadasterkaart)Bewoner was postbode Lammert Gorter.
Gorter woonde te Drachten en kreeg als ambtsgebied aangewezen “Oud- en Nieuw-Beets, Beetsterpolder, Veenderij, Veenhoop en Oud Leppedijk, waar hij brieven en telegrammen moest bestellen. Tevens werd hem opgedragen de lichting der brievenbussen te Oud-Beets en Nieuw Beets. Zijn standplaats werd Beetsterzwaag en hij kwam te staan onder de orders van de brievengaarder aldaar.
 
Hij ging ‘s morgens vroeg al op pad met een zware tas met brieven en kranten op de rug. Hij kwam pas ’s avonds laat weer terug. Alles gebeurde toen te voet. Hij moest naar de Veenhoop toe, langs de Kromme Zwijnsweg??? En de straatweg, bij het kanaal langs en  de Prikkeweg. De boerderijen lagen soms ver verwijderd van de doorgaande weg. En het pad er naar toe moest heen en terug worden afgelegd. Vooral de Prikkeweg was in de herfst en winter een modderpoel. Laarzen waren geen overbodige luxe. Voor al dat sjouwen in dienst van het Rijk verdiende hij 250 gulden in het jaar. Zijn pensioengrondslag werd vastgesteld op hetzelfde bedrag. Geen wonder dat moeder de vrouw moeite deed om wat bij te verdienen met de verkoop van appels en kruisbessen. Vier appels voor een cent en een theekopje kruisbessen voor dezelfde prijs.
Op 16 januari 1894 werd de heer Gorter in gelijke functie benoemd te Drachten “op zijne tegenwoordige jaarwedde van
f 400”.
Hierna kwam Evert Beiboer, eerst koetsier in dienst van dokter de Groot. Hij werd armvader in het armhuis van 1906 tot 1916.
 
Toen Marten de Haan 28 jaar was, is hij getrouwd .Hij is in dit met klimop begroeide boerenspultsje  komen wonen. In 1962 is hij  al zeventig jaar imker. De Haan heeft 37 jaar in de bossen van Lauswolt gewerkt. In zijn tijd waren die nog bezit van de Van Harinxma’s. Meneer Rein was jarenlang De Haan’s werkgever geweest.
Er werden lange dagen gemaakt: van ‘s morgens zes tot ‘s avonds zes en van maandag tot en met zaterdag. “Mar ja”zegt De Haan, “men wist doe ek net better”. Ook meneer Rein stond midden in zijn tijd en wist dus ook niet beter.
De Haan was lid van de geitenvereniging en had een volbloed Saanenbok staan. Dekgeld , niet leden f 1,50 ( anno 1918)
 
 
In 1964 was er sprake van dat  door de vereniging “Hendrik de Keyser”te Amsterdam van de gemeente het  oud huisje aangekocht zou worden, voor de som van f 4420. Men achtte dit pand, dat blijkens het muuranker uit 1782
dateerde, van architectonische en historische waarde en wilde het voor afbraak behoeden. Het karakteristieke ( arbeiders) huisje verkeerde overigens in zeer bouwvallige staat.
De koop is uiteindelijk niet doorgegaan. Het huis is afgebroken.
 
 
Foto via H. de Boer. Het oude boerderijtje ( linker huis)
De rechterwoning is bewaard gebleven en heeft een uitbouw gekregen.
 
Bronnen: speciekohieren, Delpher kranten, Drachtster Courant, kadaster,
notariële akten
 
 
 
 
Hoofdstraat 44
 
 
 
 
 
 
 
Tinco
8-Oriëntaals museum van 1871- 1877
 
Op de wandelkaart van 1899 staat op Hoofdstraat 44 een karakteristiek pand. De architect is Luitje de Goed. Dit huis is in 1890 gebouwd voor Jan van der
Vegt, rentmeester van familie Sandberg in Olterterp.
Voor die tijd is er jarenlang geen bebouwing geweest. Op die plek stond een schutting.
Dat is te zien op blz.22 uit het boekje:”Beetsterzwaag in beppe’stijd “door Ernst Huisman,uitgegeven in 1993.
Maar wat stond er dan in vroeger tijd? Vanaf 1832 zijn de kadastrale gegevens te volgen. Samen met de uit Leeuwarden afkomstige oud-kadastermedewerker Y.Zuiderveld zijn we tot het volgende gekomen.
Er stonden drie gebouwen, waarvan het middelste nog in oude staat is. Het
Eysingahuis.Aan de oostkant stond een vleugel. Aan de westkant een bouwvallige woning.
Door vererving kwam het geheel in handen van Tinco Lycklama à Nijeholt. Hij was bekend om zijn reizen naar de Oriënt. Tinco was op zoek naar een onderkomen voor de verzameling curiositeiten die hij tijdens zijn tochten had verzameld. Dus liet hij de bouwval in 1870 afbreken. De partij afbraak : balken, planken,kozijns,ijzer, lood, zink, steen en puin werden achter de tuin opgeslagen. Verkoop hiervan door deurwaarder van Leeuwen. Er kwam een nieuw pand.
Het Oriëntaals museum.Of het in 1871 een spectaculaire opening was? Hier
is in de kranten niets over te vinden. Wel dat het museum in 1872 werd gesloten.
De verzameling werd overgebracht naar Cannes. Er is nog in 1873 sprake geweest om in Beetsterzwaag terug te keren.
Dit is er niet van gekomen. De gebouwen zijn aangehouden tot 1877. Toen kwamen alle panden voor afbraak in de verkoop. Op de plaats van de oostvleugel werd een nieuwe woning gebouwd voor veearts Eggink. Zijn schoonvader Koopmans liet dit voor hem en zijn dochter bouwen. Het midden bleef bewaard. Dokter de Groot, die elders in het dorp woonde, begon hier zijn nieuwe praktijk.
De woning waar het museum onderdak in had gehad, werd gekocht door timmerman Dikkenschey uit Leeuwarden.
Hij werd met de grond gelijk gemaakt. Deze bouw grond ging een aantal malen in andere handen over. Tot 1890 Dierenpark. Er waren niet alleen levenloze artefacten. Ook levende.De hr. A.v.d. Werff bankdirecteur en amateurhistoricus vertelt in 1961 dat er in een dierenpark apen
aanwezig waren. Ook had Tinco een grote hond, zo groot, dat wanneer het dier
losbrak( en dat gebeurde nogal eens) er geen sterveling meer op de dorpsstraat durfde komen. Over de apen. In 1951 stond “De wonderbaarlijke reis van Jan Sjoukes”door v.d. V. in de Drachtster Courant.
Een zekere Jan Sjoukes kreeg de opdracht vier apen van Beetsterzwaag naar Wolvega te brengen.Hij lustte “een slokje”. Maar de beurs was leeg.
Hij liet omstanders voor 5 cent de apen bezichtigen. Dit ging goed tot de Knijpe. Hier ontsnapte één van de de apen. Dronken Jan pakte de aap beet en gelastte hem in de kooi terug te keren. Toen de aap hem aan het hart drukte, werd Jan weer enigszins nuchter. Met vereende krachten lukte het om het dier weer in de kooi te krijgen. Om zijn helpers te bedanken, werden de apen in Heerenveen nogmaals tentoongesteld.
Zonder verder schokkende belevenissen kwam Jan, die de trein gemist had, met eigen vervoer in Wolvega aan.
 
Persoonlijk. Ik ben op 7 maart 1950 geboren aan de Boslaan. In mei woonden we op Hoofdstraat 44. Hier heeft ons gezin een tijd gewoond. Mijn eerste stapjes heb ik gezet op de plek waar ooit het museum van Tinco heeft gestaan!
Thom Vellinga
 
Bronnen: Kadaster, krantenartikelen Delpher en
 
Drachtster Courant , info via A. v. d. Werff, artikelen E. Huisman, notariële akten ( Tresoar)
 
9-Kettingbrug
De  ‘Kettingbrug’ die  over het Koningsdiep of wel ‘It Alddjip’ lag , was  geen kettingbrug die wel veel in speeltuinen of pretparken dienst deed. Het was een stalen constructie die aan beide zijden op stenen fundamenten was gebouwd. In het midden had men stevige planken geschroefd om naar de overkant te kunnen komen.
Zeer waarschijnlijk heeft de adel van Beetsterzwaag deze brug laten aanleggen om ook aan de overkant bij hun bezittingen  te komen om daar de jachtsport te kunnen uitoefenen.
In werkelijkheid heette deze brug  ‘Reinsbrug’.  Deze naam kan ontleend zijn aan Reinhard baron van Harinxma thoe Slooten, echtgenoot van Adriana Johanna Wilhelmina van Sytzama.  Maar of dat zo werkelijk  is kan ik  niet met zekerheid zeggen.
In ieder geval verbond deze brug het Apher veld met de Hemrikker/Lippenhuizer scharren.
 
De naam ‘Kettingbrug’ die in de volksmond gangbaar was komt waarschijnlijk door de  Kettinglaan die in het Alpher veld  evenwijdig loopt aan de Scherpschutterslaan in het gebied van het dorp Beetsterzwaag en eveneens dicht bij de brug uitmondt .
Het pad wat over het Koningsdiep of  ‘It Alddjip’ loopt begint aan de Buitenweg in de Hemrik, loopt door de Hemrikker/Lippenhuizer  Scharren,  langs de boerderij Hanenburg  via de Reinsbrug. Gaat over op de  Scherpschutterslaan kruist  de Poasweg bij de ‘Bargekop’’ en komt uit bij Vianen.
Wanneer de brug is gesloopt is mij niet bekend, maar het moet na het jaar 1966 zijn geweest.
In de L.C. van 16.09.1966 wordt noch gerept over deze brug als een een prachtige  wandeltocht door de bossen van Beetsterzwaag in ‘Tips voor Trips’.
 
De brug is al eens gerenoveerd, zoals de schilder Dhr. L. te Nijenhuis mij vertelde. De houten leggers waren dusdanig verouderd dat ze vervangen moesten worden. Ze zijn eruit gehaald en van nieuwe planken voorzien.
De oude planken waren blijkbaar noch niet zo slecht dat sommige opnieuw zijn gebruikt. Zijn schildersbedrijf  in de Hemrik kreeg de opdracht  deze planken van een verflaag te voorzien  nadat ze over de vlakbank zijn geschaafd en de gaten gevuld met staalplamuur om als vensterbanken dienst te doen bij de veehouder Harm Nijboer in zijn boerderij aan de Binnenweg te Hemrik ( nu Boerestreek Lippenhuizen).  Over hergebruik gesproken.
 
Tegenwoordig is het pad nog wel aanwezig aan beide zijden. Helaas is het laatste gedeelte door de Hemrikker/Liphuizer Scharren niet meer toegankelijk. Dit is rustgebied voor het wild geworden. Aan beide zijden bij het Koningsdiep zijn nog de restanten aanwezig waar de stalen constructie op heeft gelegen.
  
Reinsbrug of ‘Kettingbrug’
 
© Henk F. Hansma
     Hemrik